Het bidden achter een Soefie

Vraagsteller: Edele shaykh, de eerste vraag is;

Wat is het oordeel over het bidden achter de Brailwee’s (Soefie-sekte) ? Wetende dat ik in Engeland ben, en ik heb geen andere moskee dicht in de buurt van waar ik woon. Dus wat moet ik doen? Is het toegestaan voor mij om onder deze omstandigheden in mijn huis te bidden?

Ik zal de vraag herhalen..

Wat is het oordeel over het bidden achter een Imaam die de brailwee geloofsleer aanhangt? Wetende dat er geen andere moskee is in deze stad, en hij is de Imaam. Is het aan mij om achter deze Imaam te bidden of moet ik thuis bidden?

Shaykh: Alle lof is aan Allaah vele goede gezegende lof.

Zoals onze Heer liefheeft en wat Hem Tevreden stelt. En ik getuig dat niemand het recht Heeft om aanbeden te worden behalve Allaah, zonder deelgenoot. En ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is.

Voorts, het gebed achter een Soefie gravenaanbidder is niet geldig.
Waarom? Omdat hij misschien gelooft in anderen dan Allaah. De gravenaanbidders.. Ja, het is bekend van hen dat zij anderen dan Allaah aanroepen.

En Allaah de Almachtige en Majesteitelijke zegt in Zijn Edele Boek:
En degenen die jullie naast Hem aanroepen, hebben over een dadelvliesje nog geen macht. Als jullie hen aanroepen dan horen zij jullie aanroep niet. En als zij zouden horen, zouden zij jullie (smeekbeden) voor jullie niet verhoren. En op de Dag der Opstanding zullen zij het verwerpen dat jullie deelgenoten naast Allah maakten. En niemand brengt jou op de hoogte zoals de Alwetende. (35:13-14)

En de Heilige en Verhevene zegt in Zijn Edele Boek:
O mensen! Er wordt een vergelijking gemaakt, luistert ernaar! Voorwaar, degenen die jullie naast Allaah aanroepen zullen nooit een vlieg kunnen scheppen, al kwamen zij daarvoor allen bij elkaar! En als de vlieg iets van hen zou weggrissen, kunnen zij het niet van hem terugpakken. Zwak is hij die er naar zoekt en het gezochte! (22:73)

En als hij (deze imaam) slechts een innoveerder was waarbij zijn innovatie niet het niveau van ongeloof bereikte. Dan is het gebed achter hem correct (geldig).

Want Shaykhul-Islaam Ibn Taymiyyah (moge Allaah de Verhevene hem genadig zijn) zegt in het begin van zijn boek Minhaaj as-Sunnah:
‘De Salaf verschilden van opinie over het gebed achter een innovator. Dus sommige van hen zeiden: Het bidden achter hem zal hem versterken in zijn innovatie, en de mensen zullen hierdoor misleid worden.

En anderen zeiden: Het is in orde om achter hem te bidden als dit samengaat met het openlijk verwerpen van hem (en zijn innovatie).

Ja, deze laatste uitspraak is het hetgeen waar men op moet voortbouwen.
Wat de Profeet (sallallahoe ‘aleihi wa sallam) heeft gezegd:
Bidt en als zij jullie correct leiden. Dan is (de beloning) voor jullie en hen. En als zij fouten maken dan is (de beloning) voor jullie en (de fout) tegen hen. Overgeleverd door Buchari van de hadieth van Aboe Hurayrah.

En as-San’anee (moge Allaah de Verhevene hem genadig zijn) zei in zijn boek Subul as-Salaam.
Na het uitleggen van de zwakheid van de hadeeth:
‘’Bidt achter degene die Laa ilaaha illallaah zegt, en bidt over degene die Laa illaaha illallaah zegt. Na het verduidelijken van de zwakheid van deze overlevering zei hij; Degene van wie het gebed geldig is, dan is ook zijn leiderschap (imaam) in het gebed geldig.

En de uitlegger van at-Tahaawiyyah zei, hij zei;
‘Degene die het gebed achter een innovator laat, is zelf een innovator’ Dit geldt voor de innoveerder waarbij zijn innovatie niet het niveau van ongeloof heeft bereikt. Ja.

Echter, in het geval dat zijn innovatie ongeloof bereikt, zoals het geval is bij de gravenaanbidders.

Dan is het gebed achter hen niet geldig, want hun eigen gebed is niet geldig. Wat er overblijft, deze innoveerder (waarvan de innovatie geen ongeloof bereikt) Als jij achter hem bidt, zullen de mensen misschien door jou misleid worden. En zij zullen denken dat hij op leiding is.

Maar hetgeen dat wij adviseren:Als jij hem kan laten vervangen zonder fitnah te veroorzaken, doe dit dan.

En dan moet een Sunni voorgaan in het gebed. Maar als jij hem niet kan laten vervangen dan adviseer ik jou om naar een moskee te gaan die op de Sunnaah is waar jij kan bidden.

Of dat je een moskee bouwt als zou het zijn van de stammen van dadelpalm bomen. En bidt in deze moskee.

Maar als jij zowel dit als dat niet kan uitvoeren. Dan is er niks mis met het bidden achter hem. En bidt niet alleen in een hoek van de moskee of in je huis.

En Allaah is Degene die om hulp wordt gevraagd. Ja.


Deviations of Sufism



Al-Allaamah Muhammad Amaan al-Jaamee [Arabic/English]

Ibn Hadjr al-Asqalani’s vermelding van de Ash’arie sekte

De Ash’aries van heden ten daags claimen dat Ibn Hadjr al-Asqalani (rahiemahoellaah) van de Ash’arie Madhab was, en Ibn Hadjr’s naam wordt vaak genoemd in een lange lijst van degenen waarvan zij claimen dat zij van de Ashaa’ierah zijn.

De Ash’aries hebben bepaalde fundamentele principes (oesoel) die karakteristiek zijn voor hun Madhab, en ook al viel Ibn Hadjr al-Asqalaani in hun manier van ta’wiel m.b.t. vele van de Eigenschappen van Allaah, dit maakt hem niet een Ash’arie. Er is een groot verschil tussen de Oesoel (fundamenten) van een persoon die Ash’arie is en een persoon die overeenkomt met de Ash’aries in bepaalde zaken.

Wat in toekomstige artikelen aangetoond zal worden, is dat Ibn Hadjr niet op de valse fundamenten was van de Ash’aries...

lees meer
hier

Waarom de Hanbalis een doelwit zijn van pseudo-Ash'aries

Er bestaat een drijfveer en een motivatie om van de "Hanbalis" onderwerp te maken van aanval door de Kalaam theologen (die in het geheel gerepresenteerd worden door de pseudo-Ash'aris en Maturidis vandaag de dag) en dit is omdat de pseudo-Ash'aris dichter staan bij de Mu'tazilah dan dat ze staan bij abu al-Hasan al-Ash'ari persoonlijk (die de 'Aqidah van Imaam Ahmad aan het einde van zijn leven overnam). Hoewel dit alleen al een artikel vereist, moet er hier enige uitleg gegeven worden om een beter beeld te krijgen van waarom de "Hanbalis" belastert moeten worden ten overstaan van een van geen kwaad bewust publiek. Ten eerste: Er bestaat geen twijfel over dat Imaam Ahmad bin Hanbal de Sunnah belichaamde, met als betekenis; dat hij representeerde waar iedereen van de Salaf zich op bevond - van de Metgezellen tot aan de docenten van Imaam Ahmad - in de zaken van geloofsleer. Imaam Ahmad nam dat allemaal over en de statement keerde naar hem terug - zoals in de statement van wat waarheid is en valsheid - in de context van de groepen van Kalaam, de Jahmiyyah, de Mu'tazilah en de Kullaabiyyah. De leiderschap van de mensen van de Sunnah ging naar hem, wat zich manifesteerde in de beproeving van de zaak van de Koran. Imaam Ahmad representeerde de geloofsleer van abu Hanifah, Maalik, Shaafi'ee en alle andere grote Imaams van de religie. Hij is in feite de vlaggendrager van de Hadith, Sunnah, Aathar en van de Salafi geloofsleer en methodiek - in direct conflict met de mensen van al-ajsaam wal-a'raad, zij die zich ontleenden aan het spreken over Allah op basis van wat zij erfden en leenden van de Hellenistische Joden, Christenen en Sabianen in spraak gebaseerd op lichamen en symptomen (ajsaam, a'raad) Lees de volgende serie voor een uiteenzetting van dit onderwerp. Ten tweede: We moeten ons bewust zijn van een laag van verwarring in dat de label "Hanbali" verwijst naar een fiqh school, net zoals dat de labels Hanafi, Maliki en Shaafi'ee naar scholen van fiqh verwijzen en niet naar geloofsleren. Door te verwijzen naar een geloofsleer alszijnde "Hanbali" dan stelt dit bepaalde historische feiten bloot, zoals de ene die genoemd is in het eerste punt hierboven en zoals het feit dat alle Shaafi'ee en Hanbali geleerden uit die tijd verenigd waren op eenzelfde geloofsleer. Men kan simpwelweg kijken naar personen zoals Isma'il al-Muzani (o. 264H), Imaam al-Daarimi (o. 280H), ibn Surayj al-Shaafi'ee (o. 306H), ibn Jarir al-Tabari (o. 310H), ibn Khuzaymah (o. 311H), abu Bakr al-Ajurri (o. 360H), slechts als voorbeeld, om te zien dat hun geloofsleer niets anders is dan die van Imaam Ahmad, terwijl zij allemaal Shaafi'ee geleerden zijn. Dit stelt de hoax bloot van de pseudo-Ash'aries vandaag de dag, die de Hanbalis zoveel mogelijk proberen te isoleren. Voorzeker, het is voor niemand mogelijk om op de 'Aqeedah van de Salaf te zijn, of hij moet op de 'Aqeedah van Imaam Ahmad zijn. Het punt is hier dat er een Salafi geloofsleer is en hieraan werd vastgehouden door Hanafis, Malikis, Shaafi'ees en Hanbalis. Imaam Ahmad bin Hanbal heeft de Salafi geloofsleer gered met de hulp van Allah, tegen de Kalaam groeperingen, zij die wensen om de Ummah de geloofsleer op te leggen dat gebaseerd is op conceptuele instrumenten van de vorige naties, de Hellenistische Joden, Christenen en Sabianen. Abu Hanifah, Malik en Shaafi'ee verachtten allemaal de mensen van Kalaam (de taal van al-ajsaam wal-a'raad). Dus we moeten hier onder de labels uitkomen, en er zeker van zijn dat we de juiste gebruiken. Er is één Salafi geloofsleer en er zijn verschillende benaderingen in fiqh. Verschillende benaderingen in fiqh en de Salafi geloofsleer kunnen met elkaar samen gaan. En wanneer u kijkt naar de vele werken die geschreven zijn door hen op de Salafi geloofsleer, tussen de tweede en vierde eeuwen, dan ziet u dat de Hanafis, Malikis, Shaafi'ees en Hanbalis allemaal op een enkele 'Aqeedah zijn, in tegenstelling tot de ketterse Kalaam groeperingen die gedurende deze tijd van geen belang waren, veracht en vertrapt. Ten derde: Toevoegend aan het bovenstaande punt, zeggen wij dat er volgelingen zijn van de Salafi 'Aqeedah die abu Hanifah volgen in fiqh, volgelingen zijn van de Salafi 'Aqeedah die Malik volgen in fiqh, volgelingen zijn van de Salafi 'Aqeedah die Shaafi'ee volgen in fiqh, volgelingen zijn van de Salafi 'Aqeedah die Imaam Ahmad bin Hanbal volgen in fiqh - dit was allemaal aanwezig bij het ingaan van de vierde eeuw (na 300H). Echter, na gezegd te hebben wat er gezegd is in punt twee, afgezien van de afwijkingen van een handvol Hanbalis, bestaat er geen twijfel dat de geloofsleer van Ahl al-Sunnah, de Oprechte Salaf, gedragen werd via de Hanbalis, en op een bepaalde manier was het "Hanbalisme" (in de zin van geloofsleer, niet de fiqh school) niets anders dan de overgang van de 'Aqeedah van de Metgezellen en de Tabi'een. Ten vierde: Onder alle volgelingen van elk van deze vier scholen in fiqh waren er die afgeweken zijn van de Salafi 'Aqeedah van elk van die Imaams. Bijvoorbeeld, onder de Hanafis waren er Mu'tazilis, Jahmis, Raafidees, Qadaris enzovoorts. Dat dit moest gebeuren is niet vreemd, en net zoals dat er mensen zijn (zoals de Filosofen en Baatiniyyah) die zich toeschrijven aan de Profeten van Allah terwijl zij (de Profeten) vrij zijn van hen, evenzo zijn er die zich toeschrijven aan de Imaams terwijl die Imaams vrij zijn van deze mensen, of tenminste vrij zijn van hun uitspraken en meningen in geloofsleer. Echter, een feit dat hier opgemerkt moet worden is dat de volgelingen van Imaam Ahmad, hoewel sommige van hen waren afgeweken van de weg van Imaam Ahmad, dat de misleiding onder de Hanbalis miniscuul is vergeleken met de misleiding dat gevonden wordt onder de andere scholen. Wanneer u kijkt naar alle andere scholen, dan ziet u tajahhum, i'tizaal, tashayyu', jabar, verwerping van de khabar al-waahid, Tajseem (Hanafi Karraamiyyah), tashbeeh (Shaafi'ee Kurds), wahdat al-wujood (de grofste in tajseem en tashbeeh) enzovoorts. De volgelingen van Imaam Ahmad zijn over het algemeen het veiligst van fouten walhamdulillaah, en dit is dankzij hun nabijheid tot de hadith, sunnah en athaar, een erfenis van Imaam Ahmad zelf. Ten vijfde: Historisch gezien bestond de vijandschap tussen de Kalaam groeperingen en Imaam Ahmad en deze vijandschap is doorgegaan tot aan de dag van vandaag. De echte wrok is in werkelijkheid tegen Imaam Ahmad (die het licht van openbaring representeert, de hadith, de sunnah en de athaar) en zijn overwinning tegenover de gebroeders van de pseudo-Ash'aris en Maturidis, die de Mu'tazilah en Jahmiyyah zijn. Dit is zo doordat zij allemaal deelgenoot zijn in de fundamentele principes waarop hun hele theologie berust, die van huduth al-ajsaam en zijn belangrijkste uitgangspunt; "Wat niet verstoken is van hawaadith (gebeurtenissen), is Haadith (ontstaan)." Dus de nederlaag die Imaam Ahmad hen toebracht was een overwinning voor dat de Naql boven de 'Aql gaat (de Naql van de Koran en de Sunnah tegenover de 'Aql van de Hellenistische Joden, Christenen en Sabianen - waar de Kalaam groeperingen zich op bevonden: zie deze serie. Vandaar dat, terwijl Imaam Ahmad niet direct is aangevallen, de "Hanbalis" in het geheel aangevallen worden op basis van de fouten en vergissingen van een handvol onder hen, en dit dient een specifiek doel. Ten zesde: Door te opereren met als achtergrond de vijandschap tegen de mensen van de Sunnah en athaar, laten de pseudo-Ash'aris van vandaag de bossen en bomen die gevonden worden bij anderen (Hanafis, Malikis, Shaafi'ees) en richten zij zich op de takken die zij vonden onder sommige Hanbalis, met andere woorden, de fouten waarin zij vielen. Vervolgens overdrijven zij deze alle grenzen overschrijdend, de geschiedenis vervalsend of verdraaiend, en het doen voorkomen als ware het dat er geen grote afdwaling is geweest dan wat er gebeurde onder bepaalde Hanbalis. De realiteit is dat waar deze Hanbalis in vielen miniscuul en insignificant waren, en als wij hun fouten bevestigen, dan zijn zij niet van toepassing dan op een handvol mensen, waarvan sommige van hen ook onderdrukkend belasterd zijn, zoals al-Qaadee abu Ya'laa. Maar het doel van deze mensen is om de microscoop op deze Hanbalis te houden, zodat u niet ziet wat er bij andere aanwezig is aan veel grotere afdwaling en ketterij. Dit is onderdeel van de pseudo-Ash'ari oplichting vandaag en u zult deze academische fraudeurs zien, wanneer zij wensen op te roepen naar hun eigen Kalaam school, dat zij zullen beginnen met het onderwijzen van goedgelovige en naïeve studenten over de fouten waar deze Hanbalis in vielen (weliswaar vanuit een Jahmee, I'tizaalee perspectief), vaak zich baserend op het boek van ibn al-Jawzee Daf' Shubah al-Tashbih als een inleiding. De Kalaam geloofsleren kunnen niet van zichzelf staan, doordat de fitrah van de mensen hier weerstandig aan is (zie hoe al-Ghazali en al-Razi en ibn Sina het openlijk hier, hier en hier toegeven). Daarom moeten zij eerst wat "verzachting" op hen toepassen, ze doen weifelen en onrust onder hen zaaien. Bron: http://www.asharis.com/creed/articles/syiyr-destroying-the-slander-of-tajsim-anthropomorphism-against-ahl-al-sunnah-wal-jamaaah-part-9.cfm

Maaliki, Ash'arie, Soefie mix?- Shaykh 'Abdur-Razzaaq al-Badr

Tijdens de uitleg van Moeqaddimah ar-Risaalah van de Maaliki-geleerde ibn Abi Zayd al-Qairawaani (moge Allaah hem genadig zijn), ook wel bekend onder de bijnaam Maalik as-Saghier (de kleine Maalik), spreekt Shaykh 'Abdur-Razzaaq al-Badr (moge Allaah hem beschermen) over bepaalde mensen die zich onterecht toeschrijven aan Imaam Maalik (moge Allaah hem genadig zijn).



De Shayk verwijst in de video naar hetgeen Shaykhoel-Islaam Ibn Taymiyyah heeft geschreven in de introductie van zijn boek al-Istiqaama en hij adviseert de studenten dit te lezen. Men kan dit lezen in de volgende topic (Arabisch):

http://sahab.net/forums/showthread.ph...

Condemning the Practices of those who claim Sufism by Ibn Qudaamah Al-Maqdisee
http://www.4shared.com/document/XERI3...

The Reality of Sufism in Light of the Qur'an and the Sunnah
http://www.4shared.com/document/cdnqp...

De Regelgeving Betreffende de viering van de Profetische geboortedag (Mawlid an-Nabawi)
http://www.4shared.com/document/ma_GU...
اسم المادة : مقدمة بن أبى زيد القيرواني 12 / مقدمة ابن أبي زيد القيرواني
http://alsoheemy.net/play.php?catsmkt...

قطف الجني الداني شرح مقدمة رسالة ابن أبي زيد القيرواني
http://www.sahab.net/forums/showthrea...

Het Oordeel betreffende de Braylwiyyah (Soefie-Sekte)

Het Permanente Comité voor Islaamitisch Onderzoek en Fataawa Bestaande uit o.a. Shaych ‘Abdoel-‘Aziez Ibn Abdoellaah ibn Baaz, Shaych ‘Abdoer-Razzaaq ‘Afiefie, Shaych ‘Abdoellaah ibn Ghoedayyaan, Shaych ‘Abdoellaah ibn Qoe’oed.

Vraag:

“Er is een bepaalde groep in Pakistan die de ‘Braylwiyyah’ of ‘Jamaa'ah Noewaarie’ genoemd wordt, wat een verwijzing is naar hun huidige leider ie bekend staat als ‘Noewaarie’. Ik vraag uwe excellenties over het oordeel vanuit Sharie'aah betreffende hen en hun aqiedah, en het gebed achter hen aangezien dit een geruststelling voor de harten van vele mensen zal zijn aangezien zij zich niet bewust zijn van de realiteit. En als tweede zal ik enkele van hun verzinsels en geloofsovertuigingen vermelden:

1) De geloofsovertuiging dat de boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) levend is;
2) De geloofsovertuiging dat de boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) aanwezig is en kijkt (naar de mensen), in het bijzonder direct na Salaat al-Djoemoe'ah;
3) De geloofsovertuiging dat de boodschapper van Allaah (salallaahoe 'alayhie was sallem) voorafgaand kan bemiddelen is;
4) Zij geloven in 'heiligen' en in de doden in hun graven, en zij verrichten gebeden bij de graven en verzoeken hen om (dat zij hun) in hun behoeften te voorzien;
5) Hun lof en aanbevelingen van (het bouwen van) koepels (over), en het verlichten van graven;
6) Hun uitspraak: “O boodschapper, O Mohammed (salallaahoe 'alayhie was sallem)”
7) Hun haatgevoelens tegenover eenieder die luidop “Amien” zegt en zijn handen opheft tijdens het gebed, en beschouwen zulk een persoon als zijnde een Wahhaabie;
8) Hun grote verbazing bij het gebruik van miswaak voor het gebed;
9) Het kussen van de duimen tijdens het uitvoeren van de woedhoe, de adhaan en na het gebed;
10) Na het gebed herhaald de imaam de aayah:

Voorwaar Allaah en ook Zijn engelen zenden hun zegeningen naar de profeet.” [Soerah al-Ahzaab 33: Vers 56]

En vervolgens doen alle aanwezige bidders hun zegeningen naar de profeet terwijl zij hun stemmen gezamenlijk veheven.

11) Zij verzamelen zich na Salaat al-Djoemoe'ah waar ze al staande anaashied reciteren en lofprijzen (naar de profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem));
12) Nadat ze de Edele Qor'aan volledig uitgelezen hebben in de Salaat at-Taraawieh in de maand Ramadaan bereiden ze heel veel voedsel en verdelen ze het in de eetruimte van de moskee, en geven ze daarnaast ook nog suikergoed;
13) Ze bouwen moskeeën en hechten veel belang aan het decoreren ervan, waarbij ze ‘O Mohammed’ boven de mihraab (de plaats waar de imaam staat) schrijven;
14) Ze beschouwen zichzelf als de mensen van de Soennah en de correcte aqiedah en beschouwen (alle) anderen als incorrect;
15) Wat is het Islaamitisch oordeel betreffende het uitvoeren van het gebed achter hen (hun iemaam), rekening houdend met het feit dat ik een geneeskundige student in Karachi ben en naast de moskee woon waar zij de (volledige) controle over hebben (i.e. hun geloofsovertuigingen en handelingen hebben daar de overhand)?”

Antwoord:

“Al wie deze kenmerken en eigenschappen heeft, dan is het niet toegestaan om je gebed achter hen te verrichten, en diegene die hun toestand kent, dan is hun gebed niet geldig. Dit is omdat de meeste van hun kenmerken en eigenschappen diegene van koefr en bid'ah zijn welke de tawhied (éénheid) ontkennen waarmee Allaah Zijn boodschappers gezonden heeft en geopenbaard heeft in Zijn Boek, en (tevens) datgene wat tegengesteld is met de Qor'aan, zoals Zijn (Soebhanahoe wa Taa'ala) zijn uitspraak:

Voorwaar jij (Mohammed) zult sterven en voorwaar, (ook) zij zullen sterven.” [Soerah az-Zoemar 39: Vers 30]

En Zijn uitspraak:

En de moskeeën zijn voor Allaah (alléén), dus roep niemand aan naast Allaah.” [Soerah al-Djinn 72: Vers 18]

En hun bid'ah die zij uitoefenen moet verweten worden op een goede manier, en als zij het aanvaarden (en hun gebruiken laten) dan is alle lof aan Allaah (alléén); En indien zij het niet aanvaarden (en hun gebruiken voortzetten) dan behoor je hen te verlaten en je gebeden in de moskee van Ahloes-Soennaah te verrichten. En hierin, ten opzichte van Iebraahiem (‘alayhie sallem) is een goed voorbeeld:

En ik zal weggaan van jullie en van hetgeen wat jullie naast Allaah aanbidden. En ik zal tot mijn Heer roepen, en ik hoop dat ik niet ongezegend zal zijn in mijn smeekbeden aan mijn Heer.” [Soerah Maryam 19: Vers 48]

En bij Allaah is al het succes en moge Allaah de gebeden en begroetingen zenden naar onze profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) en naar zijn familie en zijn metgezellen.”

Bron:
www.selefiepublikaties.com

De Duivelse Misleiding van het Soefisme.

door Imaam Ibn Al-Jawzee rahiemehoellaah

Toen kwam er een groep mensen -van de Soefies- en zij begonnen te spreken over honger, armoede, fluisteringen en verbeeldingen. En ze schreven boeken hierover, zoals Al-Haarith Al-Muhaasibee heeft gedaan.

Daarna kwamen anderen,die de weg van het Soefisme aanpasten en het kenmerkten aan de hand van eigenschappen waarmee zij het onderscheiden (van haar originele hoedanigheid) zoals: het dragen van oude gescheurde kledij, het luisteren (naar muziek), in extreme emoties uitbarsten, dansen en klappen. En zij onderscheiden zich door uit te blinken in hygiëne en reiniging.

Daarna verspreidde deze zaak (Soefisme) zich verder, en hun Sheikhs verzonnen verhalen voor hen en begonnen te spreken over mysterieuze gebeurtenissen die hen overkwamen. Dit bevestigt hun afstand van de geleerden. Dit bevestigt zelfs hun visie dat zij zich bevonden op de meest complete vorm van kennis; in zulke mate dat zij het ‘verborgen innerlijke kennis’ (al-‘ilm-ul-baatin) noemen, terwijl de kennis van de sharee`ah ‘de uiterlijke kennis’ (al-‘ilm-uhd-dhaahir) is.

Onder hen bevond zich diegene wiens extreme honger ervoor zorgde dat hij een verdorven beeltenis kreeg waardoor hij pleitte liefde en passie te hebben voor de waarheid. Het leek alsof ze zich een figuur met een prachtig uiterlijk voor de geest haalden en er verliefd op werden. Deze personen bevinden zich tussen ongeloof en innovatie.

Daarna splitsten deze mensen zich in verschillende ordes en hun geloof raakte verdorven. Dus onder hen bevonden zich degenen die de visie aanhielden dat Allaah zich in Zijn schepping bevindt (hulool) en van hen waren er die de visie aanhielden dat de Schepper en de schepping in werkelijkheid één zijn (Ittihaad)!

En Iblies ging zo verder hen te vertellen over verschillende soorten innovaties, totdat zij dit als een soennah voor henzelf hebben genomen.

Toen kwam Abu ‘Abdir-Rahmaan As-Sulamee die een boek voor hen schreef genaamd ‘asSunan.’ Hij stelde ook een boek samen genaamd ‘Haqaa’iq-ut-Tafseer’, waarin hij verbazingwekkende zaken over hen (i.e. Soefies) vertelt betreft hun interpretatie van de Qur’aan, gebaseerd op de (mystieke zaken) die hen overkomen zijn, zonder het terug te brengen naar één van de bronnen waar men kennis vandaan haalt. Integendeel, hij schreef volgens hun overtuiging (madhhab) en het vreemde in het overdrijven betreft voedsel en het lange tijd spreken over de Qur'aan.

Voorzeker, Abu Mansoor Abdur-Rahmaan Al-Qazaaz berichtte ons dat: Abu Bakr Al-Khateeb ons informeerde, zeggende: Muhammad bin Yoosuf Al-Qattaan An-Naisaburee zei tegen me: “Abu ‘Abdir-Rahmaan As-Sulamee is onbetrouwbaar. Hij heeft geen ahadieth gehoord van Assam behalve op een zeer klein aantal ahadeeth na. Dus toen de leider, Abu ‘Abdillaah bin Al-Bay’, stierf, begon hij ahadeeth te overleveren op gezag van Al-A’asam zowel uit ‘Tareekh Yahya Ibn Ma’een’ als andere boeken. En hij verzon ahaadeeth voor de Soefies.”

Abu Nasr As-Siraaj schreef een boek voor hen genaamd ‘Lum’-us-Soofiyyah’ waarin hij verschrikkelijke geloofspunten en afgrijselijke slechte uitspraken deed, die we later gedetailleerder zullen bespreken, met de Wil van Allaah.

En Abu Taalib Al-Makkee schreef het boek Qoot-ul-Quloob waarin hij verzonnen ahadeeth en overleveringen vernoemde, betreft de gebeden tijdens de dag en nacht evenals andere onderwerpen, die niet teruggebracht konden worden naar wat voor bron dan ook. Hij vernoemde hierin ook valse stellingen en herhaalde constant uitspraken zoals: “Een aantal van de mukaashifeen (degene aan wie Allaah geheimen onthuld heeft betreft verborgen feiten) hebben gezegd…” Dit soort woorden zijn leeg en nutteloos. Hij zegt hierin ook betreft sommige Soefies, dat Allaah zichzelf toont aan ‘heiligen’ in deze wereld.

Abu Mansoor Al-Qazaaz berichtte ons: Abu Bakr Al-Khateeb informeerde ons, zeggende: Abu Taahir Muhammad bin al-‘Ullaaf zei: “Abu Taalib Al-Makkee ging naar de stad Basrah, na de dood van Abul-Husayn bin Saalim en nam zijn mening aan. Toen reisde hij naar Baghdad en de mensen verzamelden zich om hem heen, tijdens een lezing van hem, om hem aan te horen. Dus hij begon te spreken maar raakte verward waardoor hij woorden door elkaar haalde. Men heeft uit het hoofd geleerd dat hij zei: ‘Niets is schadelijker voor de schepping dan de Schepper.’ Dus de mensen verklaarden dat hij een innoveerder was en verlieten hem volledig. Daarna werd hij ervan weerhouden om tegen de mensen te spreken.”

Al-Khateeb zei: “Abu Taalib Al-Makkee schreef een boek in de taal van de Soefies genaamd Qoot-ul-Quloob waarin hij vele afgrijselijke en afstotende dingen zegt over de Eigenschappen van Allaah.”

Toen kwam Abu Nu’aim Al-Asbahaanee die een boek voor hen schreef genoemd ‘Hilyat-ul-Awliyaa’, waarin hij vele slechte en verachtelijke dingen zegt betreft de wetgeving in het Soefisme. En zonder schaamte zei hij dat Abu Bakr, ‘Umar, ‘Uthmaan, ‘Alee en de rest van de hooggeplaatste Metgezellen ook Soefies zijn! Dus in dit boek vernoemt hij wonderbaarlijke zaken die hen overkomen zijn. Hij zegt ook dat Shuraih en Al-Qaadee en Al-Hasan AlBasree, Sufyaan Ath-Thawree en Ahmad bin Hanbal zich onder hen (i.e. de Soefies) bevonden. Zo ook vertelde As-Sulamee in zijn boek genaamd ‘Tabaqaat-us-Soofiyyah' dat Fudail (bin ‘Iyyaad), Ibraaheem bin Adham en Ma’roof Al-Kurkhee ook Soefies genoemd worden, door naar voren te brengen dat het mensen waren die afstand namen van het wereldse leven en haar luxe (zuhd).

Dus Soefisme is een methode die bekend staat om het overdrijven in abstinentie van wereldse luxe (zuhd). Wat het verschil maakt tussen hen (i.e. de bovenvermelde geleerden en de Soefies), is dat niemand ooit abstinentie (zuhd) afgekeurd heeft, terwijl het Soefisme wel afgekeurd werd vanwege datgene wat we later zullen noemen.

‘Abd-ul-Kareem bin Hawaazin Al-Qushayree schreef voor hen een boek genaamd ‘ar-Risaalah’, waarin hij vergezochte en mystieke zaken noemt zoals gepraat over al-fanaa (vernietiging) en al-baqaa (bestaan), al-qabd (samentrekking), al-bast (uitzetting), al-waqt (het moment), al-haal (trance), al-wajd (conclusie) en al-wujood (het bestaan), al-jam’ (verbond) en tafaruqqah (scheiding), as-sahu (duidelijkheid) en as-sakr (dronkenschap), adh-dhawq (smaak) en ash-sharab (drank), al-mahu (uitwissing) en al-ithbaat (bevestiging), at-tajallee (manifestatie) en al-muhaadarah (aanwezigheid), al-mukaashafah (ontsluiering) en al-lawa’ih, at-tawaali’ en al-lawaami’, at-takween en at-tamkeen, ash-sharee’ah en al-haqeeqah (realiteit) en andere gekkigheden die nergens toe leiden. En zijn tafseer is zelfs vreemder dan dit!

Toen kwam Muhammad bin Taahir Al-Maqdisee die 'Safwat-ut-Tasawwuf' voor hen schreef, waarin hij dingen zei waarvoor elk persoon met een beetje verstand zich zou schamen om te noemen! We zullen, met de Wil van Allaah, datgene noemen wat geschikt is.

Toen kwam Abu Haamid Al-Ghazaalee die het boek ‘Ihyaa ‘Uloom-ud-Deen’ voor hen schreef, gebaseerd op de methodiek van de (Soefie) mensen, wat vol stond met ahaadeeth zonder basis. Hij sprak over kennis van de Mukaashafah (ontsluieren van het ongeziene door Allaah aan de Soefies) en hij nam afstand van de principes van Fiqh. En hij zei dingen zoals:"Voorzeker de sterren, de zon en de maan die Ibraaheem zag, waren in wezen licht van de sluieren van Allaah." Zulke zaken zijn nooit genoemd in één van de kennisbronnen. Integendeel, dit is van de uitspraken van de Baatiniyyah.

Hij (Al-Ghazaalee) zei ook in het boek ‘Al-Mufsih bil-Ahwaal’: “Terwijl zij zich in wakkere staat bevinden, zijn de Soefies in staat om de engelen en de zielen van de profeten te zien, hun stemmen te horen en nuttige zaken van hen te verkrijgen. Daarna verhoogde deze staat zich van het zien (van hun) beelden tot het niveau waarin zij zich samenvoegen in dezen.”

De redenen waarom deze personen deze boeken schreven was hun minimale kennis van de Soennah, Islaam en de overleveringen, evenals hun toewijding aan datgene wat zij goedkeurden betreft de weg van de mensen (Soefies). Ze gaven slechts hun goedkeuring aan deze weg vanwege hun liefde voor abstinentie (zuhd) die zich in hun zielen vestigde. Ze kenden geen enkele positie die beter was dan de positie van deze mensen (Soefies) betreft hun uiterlijk, noch enige spraak die aangenamer is dan hun spraak, terwijl ze in de biografieën van de Salaf een soort hardheid terugvonden. Dus de mensen begonnen heel sterk naar deze personen (Soefies) toe te trekken.

Dit is wegens datgene wat we eerder al vermeld hebben; dat het een methode is die aan de buitenkant gekenmerkt werd door reinheid en aanbidding, terwijl het aan de binnenkant draaide om vrije tijd en het luisteren naar muziek, waar de fysieke aard naar neigt. De eerste Soefies namen afstand van de leiders en overheden. Maar ze werden (in latere tijden) vrienden.

Het merendeel van deze boeken die voor hen zijn samengesteld bevatten zaken die niet teruggebracht kunnen worden tot enige (authentieke) bron. Ze zijn echter slechts gebaseerd op mystieke gebeurtenissen die een enkeling overkwam en zij hebben dit kunnen vinden en vastleggen. Ze noemden dit verborgen kennis (al-‘ilm-ul-baatin). Abu Ya’qoob Ishaaq bin Hayya zei: “Ik hoorde Ahmad bin Hanbal toen hem gevraagd werd betreft waanideeën en fantasieën, dus hij antwoordde: ‘De Sahaabah en de Taabi’een spraken nooit over dergelijke zaken.’


Bron: het boek Talbees Iblees: blz. 162-163

De werkelijkheid achter het Soefisme.

De werkelijkheid achter tasawwuf
Door Sheikh Al-'Allaamah Saalih Al-Fawzaan
De woorden Tasawwuf en Soofiyah waren niet bekend ten tijde van de eerste Islaamitische generatie. Daarentegen werden ze daarna pas ingebracht of ze werden in de Islaam gebracht vanuit andere gemeenschappen.

Shaikh-ul-Islaam Ibn Taimiyyah, moge Allaah hem barmhartig zijn, zei in Majmoo’-ul-Fataawaa: “Wat betreft de term Soofiyyah (soefisme), dan was dit onbekend gedurende de eerste drie generaties van Islaam. Daarentegen werden uitspraken hierover bekend na de eerste drie generaties. Verschillende Imaams en geleerden spraken er achteraf over, zoals Imaam Ahmad bin Hanbal, Abu Sulaymaan Ad-Daaraanee en anderen. Er werd ook overleverd dat Sufyaan Ath-Thawree erover sprak. Sommigen zeggen dit ook op het gezag van Al-Hasan Al-Basree. Zij verschillen in hun opvattingen betreft datgene waar een Soefie zich aan toeschrijft, aangezien het woord ‘Soefie’ een zelfstandig naamwoord is wat duidt op een toeschrijving, zoals Al-Qurshee, Al-Madanee enzovoort.

Er werd gezegd dat het een toeschrijving is aan Ahlus-Suffah, maar dit is incorrect, want als dit waar zou zijn dan zouden ze zichzelf Suffie noemen. Er wordt ook gezegd dat het een toeschrijving is aan de saff (rij), die het dichtst bij Allaah is, maar dit is ook incorrect, want als dit het geval was dan zouden ze zichzelf Saffie noemen. Er wordt ook gezegd dat het een toeschrijving is aan de safwah (beste) van Allaah’s schepping. Dit is ook incorrect, want als dit het geval was dan zouden ze zichzelf Safwie noemen. Men beschouwt het ook als een toeschrijving aan Soofah bin Bishr bin Udd bin Taabikhah, een Arabische stam die zich vroeger naast Mekka bevond en waar de asceten zich aan toeschreven. Ondanks dat de toeschrijving Soefie grammaticaal overeenkomt met de naam van deze persoon (Soofah), is het toch een zwakke visie, aangezien deze mensen niet bekend waren onder de meeste asceten en als de asceten zich zouden toeschrijven aan hen, dan zou het waarschijnlijker zijn dat ze zich aan hen toeschreven in de tijd van de Sahaabah, de Taabi’een en de Atbaa’ at-Taabi’een.

Bovendien kennen de meeste woordvoerders van de Soefies deze stam niet en zijn ze ook niet blij dat ze worden gekoppeld aan een stam uit de Tijd van Onwetendheid (Jaahiliyyah), die niet bestond ten tijde van Islaam. Men beweer ook, en dit is de meest bekende visie, dat Soefie een toeschrijving is aan soef (wol). Dit is omdat de eerste keer dat de Soefies verschenen in Basrah (‘Iraq) was.

De eerste mensen die de rol van het soefisme op zich namen waren enkele van de metgezellen van ‘Abdul-Waahid bin Zayd. ‘Abdul-Waahid was één van de metgezellen van Al-Hasan Al-Basree die in Basrah leefde. (Hij) was in zulke hoge mate in abstinentie (zuhd), aanbidding (‘ibaadah), vrees voor Allaah (khawf) enzovoort, dat er onder alle andere inwoners van de landen niemand zoals hem te vinden was.

Abush-Shaikh Al-Asbahaanee overlevert met een ketting verbonden aan Muhamad bin Sireen dat het hem bereikt had dat er een groep mensen de voorkeur gaven aan het dragen van wol, dus hij zei: ‘Er zijn mensen die een voorkeur hebben aan het dragen van wol en ze claimen dat ze lijken op de Messiah, zoon van Maryam. Echter, de leiding van onze Profeet (sallAllaahu 'alayhi wa sallam) is ons geliefder, en hij (sallAllaahu 'alayhi wa sallam) droeg katoen en andere soorten kleding.’ Of hij zei iets wat hier op leek.

Daarna zei hij (Ibn Tamiyyah): “Deze mensen schrijven zich toe aan kleding, in dit geval kleding van wol (soof). Dus zo kan men over iemand van onder hen zeggen dat hij een Soefie is. Maar hun methodiek beperkt zich niet tot het dragen van wollen kledij, noch verplichten ze iemand hiertoe of moedigen hiertoe aan. Zij verbinden zich hier slechts aan omdat dit de uiterlijke staat betreft.”

Daarna zei hij: “Dus dit is de basis van Soofiyyah (Soefisme). Hierna vertakt het zich en verschilt het ten opzichte van elkaar.”

De woorden van Ibn Taymiyyah, moge Allaah genade met hem hebben, wijzen erop dat het Soefisme zijn herkomst kent in de landen van Islaam vanuit een aantal zeer vrome aanbidders uit Basrah als gevolg van hun enorme abstinentie (zuhd) en aanbidding (‘ibaadah). En vervolgens evolueerde en veranderde het Soefisme.

De conclusie van een aantal hedendaagse schrijvers -dat het Soefisme vanuit andere religies, zoals het Hinduisme en het Christelijke monnikkenleven, in de landen van de Moslims terechtgekomen is- wordt geaccepteerd op basis van datgene wat Shaikh Ibn Taymiyyah overleverde van Muhammad bin Sireen, dat hij gezegd heeft: “Er zijn een aantal mensen die de voorkeur geven aan het dragen van wol, hiermee bewerend dat zij de Messiah, zoon van Maryam, imiteren. Echter, de leiding van onze Profeet (sallAllaahu 'alayhi wa sallam) is ons meer geliefd!” Dit toont aan dat het Soefisme een verband heeft met de godsdienst van de Christenen!!

Dr. Saabir At-Tu’aimah zegt in zijn boek: “Soefisme – Geloof en Methodiek”: “Het lijkt erop dat het ontstaan is aan de hand van invloeden uit het Christelijke monnikkenleven waarbij de monniken zich kleedden in wolle kledij en zich terugtrokken in hun kloosters. Door de landen heen, die door de Islaam bevrijd waren aan de hand van Tawheed, bevonden velen van hen zich op deze zaak.

Shaikh Ihsaan Ilaahee Dhaheer, moge Allaah barmhartig met hem zijn, zegt in zijn boek “Soefisme: Haar Bron en Oorsprong”: “Wanneer we de leerstellingen van de vroegere en latere Soefies goed bestuderen en ook de uitspraken die van hen geciteerd en overleverd zijn in de oude en hedendaagse Soefie boeken, zien we een enorm verschil tussen dit en de leerstellingen van de Qur’aan en de Soennah. Eveneens zien we niet dat haar wortels of zaad zich bevindt in de geschiedenis van leider van de gehele schepping (Profeet Mohammed) (sallAllaahu 'alayhi wa sallam) noch in die van de rechtgeleide en edele metgezellen, van de besten van de schepping van Allaah.. Echter, in tegenstelling hiertoe zien we dat het afstamt en verworven is vanuit het Christelijke monnikkenleven, het Brahmanisme, Hindoeisme, het religieus toegewijde Jodendom en het ascetisme van het Boedhisme.”

Shaikh ‘Abdur-Rahmaan Al-Wakeel, moge Allaah barmhartig met hem zijn, zei in de inleiding van zijn boek “De Ondergang van het Soefisme”: “Voorzeker, het soefisme is het laagste en meest verachtelijke complot, die de Duivel invoerde zodat de dienaren van Allaah samen met hem kunnen spotten en belachelijk maken in zijn oorlog tegen Allaah en Zijn Boodschappers. Het is de sluier van de Magiërs (Majoos), waardoor men de indruk krijgt dat het goddelijk is. Echter is het de sluier van elke vijand van de ware godsdienst. Onderzoek het en je zult het terugvinden in het Brahmanisme, Boedhisme, Zoroastrianisme, en de Manichaeaanse godsdiensten. Je zult het Platonsime er in terugvinden. Je kunt zelfs het Jodendom, Christendom en de afgoderij van de Dagen van onwetendheid erin terugvinden.”

Aan de hand van de visies van deze hedendaagse schrijvers betreft de oorsprong van het soefisme, en zo ook de vele andere schrijvers die hier niet vernoemd worden maar wel dezelfde visie hebben, wordt het duidelijk dat het Soefisme een vreemd concept is dat in de Islaam is gebracht. Dit is terug te zien in de handelingen van degenen die zich hieraan toeschrijven - die handelingen die niet behoren tot de Islaam en ver van haar leiding verwijderd zijn. Hiermee bedoelen we de latere aanhangers van het Soefisme met hun vele en grote mystieke illusies en fantasieën.

Maar wat betreft de vroegere voorgangers, zoals Al-Fudayl bin ‘Iyyaad, Al-Junaid, Ibraheem bin Adham en anderen, zij bevonden zich in een gematigde staat.

http://www.alfawzan.ws/AlFawzan/Library … ectionID=1

De Dwaling van degenen die Geloven in de Eénheid van Existentie.

Auteur: Shaychoel-Islaam Ahmed ibn Taymiyyah rahiemehoellaah.

De Dwaling van degenen die Geloven in de Eénheid van Existentie en de Oorsprong van de Ketterse Soefies Extract uit het beroemde boek: Al-Forqaan (het verschil) tussen de Vrienden van ar-Rahmaan & de Vrienden van Shaytaan


De Dwaling van de Filosofische Soefisten die Geloven in de Eénheid van Existentie.

De wezenlijkheid van deze mensen eindigt in het verwerpen van de fundamenten van Geloof (Iemaan), welke zijn; te geloven in Allaah, Zijn Engelen, Zijn Boeken, Zijn Boodschappers en de Laatste Dag. In realiteit verwerpen zij de Schepper want zij beschouwen het bestaan van de schepping alszijnde het bestaan van de Schepper. Zij zeggen: “Existentie is één en hetzelfde,” waardoor zij faalden in het onderscheiden van éénheid in werkelijkheid en éénheid in soort. De gehele schepping deelt het feit dat het bestaat, netzoals de gehele mensheid het feit deelt dat zij mensen zijn en alle dieren delen het feit dat zij tot het dierenrijk behoren.

Desondanks, dit algemene delen bestaat alleen in iemands gedachten, want in realiteit is de dierlijkheid die men vind in de mens niet hetzelfde als de dierlijkheid van een paard. Evenzo, is het bestaan van de hemelen niet één en hetzelfde als het bestaan van de mensheid. Derhalve is het bestaan van de Schepper, de Almachtige en Glorieuze, niet hetzelfde als het bestaan van Zijn schepping.

De wezenlijkheid van hun uitspraak is hetzelfde als de uitspraak van Pharaoh, die de Maker ontkende. Pharaoh ontkende nooit het bestaan van deze schepping en alles dat fysiek aanschouwd wordt, maar desondanks beweerde hij dat hij uit zichzelf is ontstaan en dat niemand hem gemaakt had. Deze filosofen waren het hierover met hem eens, maar zij beweerden dat de schepping Allaah was (i.e. Allaah = de schepping), en daardoor eindigden zij met een grotere dwaling dan de zijne, ook al is de valsheid van zijn uitspraak duidelijker dan die van hen.

Om deze reden beschouwden zij (de filosofische soefies) dan ook degenen die afgoden aanbaden dat zij, in werkelijkheid, Allaah aanbaden. Zij (de filosofische soefies) zeiden: “Omdat Pharaoh in een positie van leiderschap was, en militaire macht had, zei hij: “Ik ben jullie heer, de meest verhevene.” Wat inhoudt dat jullie in feite allemaal als heren beschouwt worden over hetgeen jullie bezitten, dus dan ben ik (Pharaoh) boven jullie allen wat dit betreft, vanwege hetgeen dat mij zo op het oog is geschonken, aan overheersing over jullie. (Hiermee proberen ze zijn ketterse uitspraak goed te spreken met deze onzinnige uitleg.)

Zij (de filosofische soefies) vervolgden door te zeggen: “Toen de Magieërs de waarheid die de Pharaoh sprak leerden kennen, bevestigden zij het en zeiden:

“Dus orden wat u dan ook wenst te ordenen, aangezien u alleen kunt ordenen (betreffende) dit leven in de wereld.” (Soerah Taa Haa (20): 72.)

Zij zeiden: “Derhalve, was de uitspraak van Pharaoh... “Ik ben uw heer, de meest verhevene.” (Soerah An-Naazi’aat (79): 24.) ...correct, en hij was de feitelijke manifestatie van de Waarheid. (Ibn al-Arabie, ‘al-Fusoes’ [1/210-211].

Zij gingen verder door de werkelijkheid van de Laatste Dag te verwerpen, zij verklaarden dat de bewoners van het Vuur in zaligheid zullen zijn, netzoals de Mensen van het Paradijs in zaligheid zullen zijn. Derhalve eindigden zij met ongeloof in Allaah, de Laatste dag, Zijn Engelen, Zijn Boeken en Zijn Boodschappers.

Terwijl zij hiernaast claimden dat zij de elite van de elite van de Awliyaa van Allaah zijn, en dat zij beter waren dan de Profeten, en dat de Profeten alleen Allaah leerden kennen vanwege hun positie.

De Oorsprong van de Ketterse Soefies.


Dit is niet de plek om de ketterij van deze mensen in details uit te leggen. We hebben hen hier alleen vermeld omdat de discussie over de Awliyaa van Allaah gaat en hun onderscheiding van de Awliyaa van Shaytaan, en deze mensen zijn degenen die het meest veelvuldig claimen (dat zij de Awliyaa van Allaah zijn) terwijl zij in werkelijkheid van onder de allergrootste Awliyaa van Shaytaan zijn.

Wij maken u hierop alert. Want, dit is de reden waarom de grote meerderheid van hun woorden ontspringen uit Satanische geestestoestanden en gesteldheden. Zij zeggen, zoals gezegd is door de schrijver van ‘al-Futoehaat’ (genaamd Ibn Arabie)...

“Hoofdstuk: het land van realiteit”

...en zij zeggen: dit is het land van fantasie.

En dus weet je dat de realiteit waarover hij hier sprak niets meer dan fantasie was, hetgeen de arena waarin Shaytaan zijn werk doet is, want hij laat de mens fantaseren over zaken die tegenstrijdig zijn met hun werkelijke aard.


Allaah, de Meest Verhevene zegt:

“En éénieder die zichzelf blindelings afwendt van het gedenken van de Meest Barmhartige (Allaah) (bedoelende, deze Qor’aan en het aanbidden van Allaah), Wij stellen Shaytaan voor hem aan alszijnde een Qarin (metgezel) voor hem. En voorzeker, zij (Satans / duivels) hinderen hen van het Pad (van Allaah), terwijl zij denken dat zij rechtgeleid zijn! Totdat, wanneer (zo een iemand) tot Ons komt, zegt hij (tegen zijn Qarin (Satan /duivel metgezel)): “Was hetgeen tussen jou en mij maar een afstand (zoals) tussen de twee oosten (of het oosten en het westen)”- (zeer zeker) het meest verschrikkelijke (soort van) metgezel! Het zal je deze Dag niet baten (O jij, degene die zich af heeft gewend van Allaah’s gedenking en Zijn aanbidding) want je hebt fout gehandeld, opdat jullie (jij en jouw Qarin) gelijke delen van de bestraffing krijgen.” [Soerah az Zukhruf (43): 36-39]


Allaah, de Meest Verhevene zegt:

“Voorwaar, Allaah vergeeft niet (de zonde van) het toekennen van deelgenoten (in aanbidding) aan Hem, maar Hij vergeeft wie Hij wil (alle) zonden behalve die, en eenieder die deelgenoten toekent in aanbidding aan Allaah, is voorzeker ver afgedwaald. Zij (iedereen die iets of iemand anders aanbidden dan Allaah) roepen niets behalve vrouwelijke afgoden aan naast Hem (Allaah), en zij roepen niets anders aan behalve Shaytaan, een volhoudende opstandige! Allaah heeft hem vervloekt. En hij (Shaytaan) zei: “Ik zal een vastgestelde deel van uw slaven nemen. Voorwaar, ik zal hen misleiden en voorzeker zal in bij hen valse begeertes opwekken, en voorzeker ik zal hen bevelen de oren van vee (doormidden) te snijden, en voorwaar ik zal hen bevelen om de aard (van de schepping) van Allaah te veranderen.” En éénieder die Shaytaan als Wali (beschermer of helper) neemt in de plaats van Allaah, heeft voorzeker een duidelijk verlies geleden. Hij (Shaytaan) doet hen beloftes, en wekt valse begeertes bij hen op, en Shaytaan’s beloftes zijn niets dan misleidingen.” [Soerah an-Nisaa’ (4): 116-120]

Allaah, de Meest Verhevene zegt:

“En Shaytaan zal zeggen wanneer de zaak al besloten is: “Voorzeker, Allaah beloofde u een belofte van waarheid. En ik ook beloofde u, maar ik misleidde u. Ik had geen autoriteit over u behalve dat ik u uitgenodigd heb, en u reageerde op mij. Dus geef mij niet de schuld, geef jezelf maar de schuld. Ik kan u niet helpen, noch kunt u mij helpen. Ik ontken uw vorige daad door mij (Shaytaan) als deelgenoot toe te kennen naast Allaah (door mij te gehoorzamen in het leven van de wereld). Voorwaar, er is een pijnlijke bestraffing voor de Dhaalimoen (polytheïsten en kwaaddoeners).” [Soerah Iebraahiem (14): 22]

Allaah, de Meest Verhevene zegt:

“En (gedenk) toen Shaytaan hun kwaardige daden bij hen als geoorloofd deed lijken en zei: “Niemand van de mensheid kan u deze Dag (van het gevecht van Badr) overwinnen, en voorwaar, ik ben uw buurman (voor alle hulp).” Maar toen de twee strijdkrachten in elkaar zichtveld kwamen, rende hij weg en zei: “Voorwaar, ik heb niets met u uitstaande. Voorwaar, ik zie wat u niet ziet. Voorwaar, ik vrees Allaah want Allaah is Streng in het straffen.” [Soerah Al-Anfaal (8): 48]

In de authentieke hadieth wordt er overgeleverd dat de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) Djibriel zag, die de Engelen in het gelid aan het plaatsen was. (Overgeleverd door Maalik 'al-Moewatta' nr. 245, 1/422 en Abdoer-Razzaaq ‘al-Moesannif’ [nummer 8832 5/17-18].


Wanneer de duivels, de Engelen van Allaah zien, degenen die zijn aangesteld om Zijn dienaren te ondersteunen, dan vluchten zij van hen. Voorzeker, en Allaah ondersteunt Zijn gelovige dienaren door middel van de Engelen. Allaah, de Verhevene zegt:

“(Gedenk) toen jullie Heer aan de Engelen bekend maakte: “Voorwaar, Ik ben met u, dus ondersteun degenen die geloven.” [Soerah Al-Anfaal (8): 12]

Allaah, de Meest Verhevene zegt:

“O jullie die geloven! Gedenk Allaah’s Gunst jegens u, toen er een leger tot bij u kwam (om u aan te vallen), en Wij stuurden een wind en strijdkrachten die u niet zag [i.e. troepen met Engelen gedurende het gevecht van Al-Ahzaab (de Partijen)].” [Soerah Al-Ahzaab (33): 9]

Allaah, de Meest Verhevene zegt:

“Toen zij (Mohammed salallaahoe 'alayhie was sallem) en Aboe Bakr (radiallaahoe ‘anhoe)) in de grot waren, zei hij (salallaahoe 'alayhie was sallem) tegen zijn metgezel (Aboe Bakr (radiallaahoe ‘anhoe)): “Wees niet droevig (of bang), voorzeker, Allaah is met ons.” Toen zond Allaah Zijn Sakinah (kalmheid, rust, vrede) over hem, en ondersteunde hem met strijdkrachten (Engelen) degene welke u niet ziet.” [Soerah At-Tawbah (9): 40]

Allaah, de Meest Verhevene zegt:

“(Gedenk) toen je (Mohammed (salallaahoe 'alayhie was sallem)) tegen de gelovigen zei: “Is het niet voldoende voor u dat uw Heer (Allaah) u zou helpen door drieduizend Engelen naar beneden te sturen?” “Ja, als u vast houdt aan geduld en vroomheid, en de vijand haast zich naar u toe; dan zal uw Heer u helpen met vijfduizend Engelen die merktekens hebben (ter onderscheiding).” [Soerah Aali Imraan (3): 124-125]

Desalniettemin, kwamen er geesten tot deze mensen (de Soefies) en spraken hen aan, en namen bepaalde gedaanten voor hen aan, deze geesten waren niets anders dan de Djinn en duivels waarvan zij dachten dat het Engelen waren. Dit zijn dezelfde soort geesten die degenen aanspreken die afgoden en sterren aanbidden.

De eerste van hen (ketterse soefies, batienies) die zich in de Islaam manifesteerde was: al-Moechtaar bin Abie Ubaid. De Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem) sprak over hem in de authentieke hadieth die overgeleverd is door Moeslim in zijn Sahieh:


“Er zal een grote leugenaar en een oorzaker van verwoesting opstaan uit (de stam) Thaqief.” In de editie van Zoemarlie staat: Overgeleverd door Moeslim [Engelse vertaling 4/1351 nummer 6176] en Ahmed [6/351-352].

De grote leugenaar was deze al-Moechtaar bin Abie Ubaid en de oorzaker van verwoesting was al-Hadjdjaadj bin Yoesoef. Het werd tegen Ibn ‘Omar en Ibn Abbaas gezegd: “Al-Moechtaar denkt dat hij (openbaringen) gestuurd krijgt.” (Waarop) zei zeiden: “Allaah, de Verhevene, sprak waarachtig toen Hij zei: “Zal Ik u niet inlichten over degenen op wie de duivels nederdalen? Zij dalen neder op elke zondige leugenaar.” [Soerah Ash-Shoe’araa (26): 221-222]”

Voetnoot: Moehiy ad-Dien Mohammed bin Alie bin Mohammed al-Haatimie at-Taa’ie al-Andaloesie degene die bekend staat als 'Ibn Arabie', de ketterse Soefie. Deze man is naast anderen zoals: at-Telmesaanie, Ibn Faarid, Ibn Saba'ien, al-Hallaadj e.a. inwerkelijkheid de top idool van iedereen die beweert dat hij op de authentieke soefie manhadj zit of wil komen. Hij schreef een aantal boeken -o.a. 'al-Foetoehaat al-Mekkieyyah' en 'Foesoes al-Hikam' die gebaseerd zijn op overduidelijke ketterij, valsheid en ongeloof: zoals zijn overtuiging: 'Als je Hem ziet zie je mij en als je mij ziet zie je Hem...' Veel van de geleerden hebben hem hierom tot ketter verklaard. Hij overleed in het jaar 638H. Zie Mizaan al-'Itidaal van imaam adh-Dhahabie deel 3 blz. 659-660 dar al-M'arifah.

Bron: ‘Al-Furqaan bayna Awliyaa’ie ar-Rahmaan wa Awliyaa’ie ash-Shaytaan’ blz. 116 t/m122 van Shaych al-Islaam Ibn Taymiyyah

Zie ook deze filmpje hieronder:

تراث شيخ الأسلام ابن تيمية الحلقة الثالثة

''Haadhi Hiya-Soofiyyah'' (Dit is Soefisme)

INLEIDING


Soefisme, benaming voor verschillende mystieke stromingen in de islam (niet te verwarren met de moderne soefibeweging), afgeleid van het woord soef (wol), naar de wollen pijen die de vroegste mystici (soefi's) droegen.

Soefibeweging, een bij het soefisme aanknopende religieuze beweging van de moderne tijd, gesticht door de Indiase mysticus en musicus 1Hazrat Inayat Khan (1882–1927). Kenmerkend voor deze beweging is in de eerste plaats de nadruk die gelegd wordt op het universele in alle religies en op de algemene broederschap: alle godsdiensten hebben een kern gemeen. Deze idee wordt uitgedragen in de zgn. universele eredienst, tijdens welke uit de heilige geschriften van verschillende godsdiensten wordt gelezen. De aanhangers behoeven hun eigen godsdienst niet prijs te geven. Essentieel is daarnaast het mystieke aspect: het zoeken naar de `God in ons’. Door verdieping van het bewustzijn wil de soefi tot een levende relatie met God komen. Geestelijke training en meditatie kunnen hierbij behulpzaam zijn. Inayat Khan onderscheidde in de mens de ziel en het denkvermogen, de 'mind' (zie voor dit begrip de sleutel bij 2Soefi-geneeswijze). Hij beschouwde de ziel als het zuivere bewustzijn dat van goddelijke oorsprong is en dat na dit aardse leven tot God terugkeert. Door het denkvermogen kan de ziel het leven ervaren; het bouwt een eigen wereld op waarin de mens geheel gevangen kan raken. De ziel kan als levengevende bron alle belemmeringen overwinnen en het ware geluk schenken. Die bron zoekt de soefi in meditatie en die kracht roept hij op bij geestelijke genezing. Karakteristiek in het soefisme is voorts een esthetische, met name `muzikale’ inslag: de werkelijkheid wordt opgevat als een `proces van trillingen’ en bijzondere betekenis wordt gehecht aan ‘het ritme’ in het leven van mensen. De Soefi-beweging heeft haar aanhangers in de Verenigde Staten en in verscheidene Europese landen. Het internationale centrum (International Head Quarters of the Sufi Movement) is gevestigd in Genève. In Nederland heeft de Soefi-Beweging ca. 1000 leden; op ca. 20 plaatsen worden `Universele Erediensten’ gehouden. In Katwijk heeft zij een tempel, de ‘Universel’.

1Inayat Khan, Hazrat (Baroda 5 juli 1882 – New Delhi 5 febr. 1927), stichter van de moderne soefibeweging, was een moslim uit India, oorspronkelijk musicus; hij raakte onder de invloed van mystieke stromingen, vooral van Perzische mystiek. Tijdens een reis naar Amerika (1910) hield hij lezingen over muzikale en mystiek-filosofische onderwerpen, wat leidde tot de stichting van de soefibeweging. Hij reisde veel in alle werelddelen en richtte overal, ook in Nederland, afdelingen van zijn beweging op. Hij vestigde zich in Suresnes bij Parijs, waar hij jaarlijks zomercursussen organiseerde die grote belangstelling kregen. In 1923 stichtte Kahn het internationale hoofdkwartier van de soefibeweging te Genève.

WERK: The Sufi message of Hazrat Inayat Khan, 12 dln. (1960–1967).

2Soefi-geneeswijze, een alternatieve geneeswijze die berust op meer algemene soefi-denkbeelden (zie Soefibeweging). Een regelmatige leefwijze, door evenwicht tussen activiteit en rust, en het juiste voedsel zijn voorwaarden voor een goede gezondheid. Daarnaast let een soefi op de wisselwerking tussen lichaam, mind (geest) en ziel. Terwijl elke emotie haar effect heeft op het lichaam, elke lichaamsactiviteit haar effect heeft op denken en voelen, en elke activiteit van lichaam en mind het bewustzijn van de ziel beïnvloedt, is werkelijke gezondheid pas te bereiken wanneer de ziel controle heeft over de mind, en de mind controle heeft over het lichaam. Soefi's verdiepen zich in de esoterische betekenis van de adem en trachten door middel van gerichte ademhalingsoefeningen bovengenoemde wisselwerking positief te beïnvloeden. In een soefi-genezingsbijeenkomst wordt op een abstract niveau, door middel van concentratie en meditatie door de groep, gepoogd een zieke persoon op afstand te genezen van de indruk van ziekte, zodat de van nature in de mens aanwezige geneeskracht onbelemmerd kan functioneren.

1. LEER


Vanaf het ontstaan van de islam waren er individuen die door persoonlijke vroomheid, meditatie, ascese (systematische strenge onthouding van alle zinnelijke genoegens) en het veelvuldig gedenken van God (dzikr) een diepere godsdienstige beleving trachtten te bereiken. Centraal stond hierbij de idee van de liefde voor God, bezongen in de mystieke poëzie. Er ontstonden verschillende stromingen die hun eigen methoden hadden om de liefde voor God te uiten: bijv. door intens godsvertrouwen, door het voortdurend lofprijzen van God, door ascese en intensieve godsdienstoefeningen zoals vasten en bidden. Het doel van deze mystieke oefeningen werd beschreven als het opgaan in Hem, met verlies van eigen identiteit (zie fana’ ).

De mysticus al-Halladj (gest. 922) drukte deze ervaring uit met de volgende versregel:
Ik zag mijn Liefde (God) met de ogen van mijn hart. En Hij (God) zei: ‘Wie ben je?’ Ik zei: ‘Jij (God)!’’

De eenwording met God en de daarmee samenhangende extase (toestand van buiten zichzelf te zijn) werden vaak beschreven in termen van dronkenschap en roes.

dhikr (Arab., = herinnering of vermelding), in de islam de voortdurende herhaling van een van de namen van God, al of niet vergezeld van ritmische ademhalingen en bepaalde lichaamshoudingen, wordt individueel of in groepen, m.n. in de broederschappen van de derwisjen, beoefend. Het gebruik is gebaseerd op de koran: ‘O gij, die gelooft, gedenkt Allah in veelvuldige gedenking’ (soera 33:41).
`
2. ONTWIKKELING


De Koran (en de Soennah) biedt slechts weinig aanknopingspunten voor mystieke beschouwing, maar naarmate de islam zich uitbreidde naar oost en west, groeide in islamitische kringen de invloed van de Indische en christelijke mystiek. In de 10de en 11de eeuw schreven mystici als al-Kalabadzi (gest. 990), al-Koesjairi (gest. 1074), al-Hoedjwiri (gest. 1071) de eerste handleidingen voor het soefisme. De opgave van de mysticus werd voorgesteld als het volgen van een pad dat langs verschillende halteplaatsen (makam) tot eenwording (het zich tot een eenheid ontwikkelen) met God leidt.

Spirituele oefeningen geconcentreerd rond bepaalde deugden (bijv. inkeer en berouw, godsvertrouwen, wereldverzaking, nederigheid, geduld) onder leiding van een gids (sjeich, moersjid, pir) konden de mystieke reiziger op (moerid, derwisj, fakir) van halteplaats tot halteplaats brengen. Bij elke halteplaats behoort een dieper bewustzijn (hal) dat God de mysticus kan verlenen. Dit wordt vaak beschreven in termen van het wegnemen van sluiers die het zicht op de werkelijkheid belemmeren. Het einde van de weg, het opgaan in God, gaat gepaard met een intuïtief (innerlijk aanschouwend) doorzien van de werkelijkheid. Vaak verleent God in dat geval ook de gave wonderen te verrichten.

Bepaalde stromingen in het soefisme stelden de door mystieke ervaringen verkregen kennis hoger dan de kennis ontleend aan de openbaring, met het gevolg dat zij minder belang hechtten aan het naleven van de islamitische plichtenleer (koran en soennah). De hoofdstroom ging er echter vanuit dat het volgen van de islamitische wet de basis voor mystieke ervaring vormde. Een van de belangrijkste theoretici van dit orthodoxe soefisme was de Perzische geleerde en mysticus Aboe hamid Mohammed Al-Ghazali (gest. 1111)

Aboe Hamid Mohammed Al-Ghazali, in het Westen ook Algazel genoemd (Toes, Noordoost-Perzië, 1058 - aldaar 19 dec. 1111), Perzisch geleerde, een van de voornaamste theologen en mystici van de islam, doceerde te Bagdad totdat hij in 1095 een geestelijke crisis doormaakte. Nadien leidde hij in alle afzondering een zwervend leven, was in 1105 korte tijd leraar te Nisjapur, maar trok zich toen met enige leerlingen definitief terug te Toes om zich te wijden aan de mystiek, die door hem een blijvende plaats in de islam heeft gekregen (zie soefisme).

Hij achtte liefde en ascese noodzakelijk om ware kennis te verwerven.

WERK:Ihja oeloem al-Din (= De verlevendiging van de wetenschappen van het Geloof); al-Moenqidh min al-dalal (= De redder uit de dwaling);

In de 13de eeuw ontwikkelde de uit het islamitische Spanje afkomstige Ibn al-Arabi (gest. 1240 zie ook
Ibn al-Arabi) de theorie dat God zich door middel van zijn eigenschappen in de schepping manifesteert en op deze wijze een is met Zijn schepping. Deze leer, aangeduid met de term ‘eenheid van het bestaande’ (wahdat al-woedjoed), gaf de mogelijkheid van eenwording en opgaan in God een theoretisch fundament.

Vanaf de 12de eeuw werd het soefisme een massabeweging. Er ontstonden ordes of broederschappen (tarika, weg) elk gebaseerd op een bepaalde mystieke methode die toegeschreven wordt aan een beroemd mysticus waaraan de orde ook zijn naam ontleent (zie ook derwisj).

derwisj (Perzisch, = arme bedelaar; syn. met Arab. fakir), benaming voor de leden van sommige mystieke orden in de islam (zie soefisme), die via individuele geestelijke oefeningen en groepsbijeenkomsten (dhikr) de eenheid met God trachten te bereiken. in het soefisme, de islamitische mystiek, is het ook de benaming van de bedelmonnik (ook derwisj genoemd) die afstand doet van alle aards bezit en zich hiervoor geheel op Allah verlaat.

Veelal trokken de derwisjen al biddend en bedelend door het land. Zij zijn georganiseerd in broederschappen (tarika), zoals de bektasjijja en mevlevi, en komen in de gehele islamitische wereld voor, van Indonesië tot Marokko.

De activiteiten van deze tarika's zijn vaak geconcentreerd in gebouwencomplexen (ribat, zawia, chanakah) waar de sjeichs, de geïnitieerde broeders en de novicen samenleven en die als centra fungeren voor mystieke bijeenkomsten en festiviteiten
(hadra, dzikr), waar door middel van het veelvuldige herhalen van de namen van God, ritmische bewegingen en soms muziek en dans een extase bereikt wordt. Deze verbreiding van het soefisme gaat ook gepaard met heiligenverering: de stichters van de ordes en andere vooraanstaande sjeichs, van wie overgeleverd is dat ze wonderen verricht hebben, worden als heiligen vereerd en hun wordt om bemiddeling bij God gevraagd.

Citaat:
Degene die bemiddelaars neemt tussen zichzelf en Allaah en hen smeekt, hen vraagt voor bemiddeling en op hen bouwt en vertrouwt begaat met een consensus van de geleerden ongeloof (Koefr). (bron: de tenietdoeners punt 2.)

Allaah de Meest Verhevene zegt:

“Voorwaar, Allaah vergeeft niet dat aan Hem deelgenoten worden toegekend, maar Hij vergeeft daarnaast wat Hij Wil, voor wie Hij wil.” [Soeratoen-Nisaa'a (4): 48, 116]

En het bewijs tegen bemiddeling (via awliyaa) is de uitspraak van Allaah, de Allerhoogste:

En zij aanbidden naast Allaah dingen die hen niet schaden en hen niet baten, en zij zeggen: Dit zijn onze bemiddelaars bij Allaah.

Wie dus iets van zijn ‘ibaadah (aanbidding) naar een ander dan Allaah verricht is een Kaafir (ongelovige) en Moeshrik (godenaanbidder)!

Het bewijs hiervoor is Ta'ala's Uitspraak:

En wie een andere Ilah (god) aanroept (aanbidt) naast Allaah, waarvoor hij geen bewijs heeft: dan is zijn afrekening bij zijn Heer alleen. Voorwaar, de kaafiroen (ongelovigen in de Eenheid van Allaah, polytheisten, ellendigen, heidenen, godenaanbidders) zullen niet slagen. (Al-Môminoen: 117)

[Het bewijs] vanuit de hadieth is (deze uitspraak van de Profeet salaallaahoe `alayhie was sallem): “De smeekbede (Doe’a) is het brein van de aanbidding!”
Soefi-ordes bestaan nog steeds in vrijwel de gehele islamitische wereld. Hoewel ze in Turkije in 1925 bij de wet verboden verklaard zijn, worden zij daar nu weer oogluikend toegelaten.

Het soefisme is een essentieel onderdeel van de islam. Het biedt moslims de mogelijkheid tot een meer emotionele beleving van hun godsdienst dan de meer op de wet georiënteerde vormen van de islam. Hoewel ook veel godsdienstgeleerden soefi's waren, bestaat er toch een spanning tussen bepaalde praktijken en opvattingen van het soefisme en de orthodoxe islam. Dit geldt o.m. voor muziek en dansen tijdens soefi-bijeenkomsten, voor de heiligenverering en de daarbij behorende rituelen en pantheïstische opvattingen ( ‘alles is God, ook de mens’) die ten onrechte van de theorie van Ibn al-Arabi afgeleid werden.

Naksjabandijja, een islamitische mystieke derwisj-orde (zie soefisme), in de 14de eeuw gesticht door Mohammed ibn Mohammed Baha al-Din al-Boechari, die aanvankelijk vooral onder de Turken in Centraal-Azië grote verspreiding vond.


Zie ook; http://as-soofiyyah.blogspot.com/

Soefisme in de Islam.

Vraag: Wat is de plaats van Soefisme in de Islam? Wat is er waar van hun “religieuze ervaringen”, en het, naar hun eigen zeggen, contact hebben met goddelijke zaken etc.? Sommigen kennen dit soort zaken een hele hoge waarde toe, waarbij ze de ervaringen van mensen met andere religies op dit gebied als bewijs aandragen. Hoe moeten we mensen zien die zeggen Soefies of volgelingen van Soefisme te zijn? Zijn de gebeden en herinnering van Allah ook geen vorm van contact met de Almachtige?

Antwoord: Alle lof zij Allah.

Het woord Soefisme bestond niet in de tijd van de Boodschapper of de Sahaabah of de Taabi’ain. Het ontstond in de tijd dat er een groep mensen naar voren kwam, gehuld in wollen kleren (Soef in het Arabisch), waaraan zij hun naam te danken hebben. Ook is het mogelijk dat deze naam zijn oorsprong vind in het woord “soefiya” (“sophia”), dat “wijsheid” betekent in het Grieks. Het woord is niet afkomstig van al safa’ (reinheid), zoals sommigen zeggen, omdat het bijvoeglijk naamwoord van safa’ het woord safaa’i is, en niet soefi. Het ontstaan van deze nieuwe naam, en de groep mensen die onder deze naam bekend waren, waren een van de eerste oorzaken van verdeling onder de Moslims. De vroege Soefies verschilden van de latere Soefies, die bid’ah (nieuwigheden of innovaties in de religie) op grotere schaal verspreidden. Zij introduceerden Shirk, zowel de kleine als grote vormen ervan, in zijn algemeenheid onder de mensen, dit nog eens naast de innovaties waartegen de Boodschapper (Vrede en zegeningen van Allah zij met hem) ons heeft gewaarschuwd, toen hij zei;
”Kijk uit voor nieuwigheden, want elke nieuwigheid is een innovatie, en elke innovatie is een dwaling.” (Overgeleverd door Al-Tirmidhi, die het als sahieh hasan classificeerde).

Wat nu volgt is een vergelijking van de geloofsartikelen en de rituelen zowel binnen het Soefisme als binnen de Islam, gebaseerd op de Qor’aan en de Soennah.

Soefisme kent verschillende takken, oftewel tariqah’s, zoals de Tijaniyyah, de Qaderiyah, Naqshbandiyya, Shaadhiliyyah, Raafidah, etc. De volgelingen van de verschillende sektes claimen allemaal dat hun eigen tariqah op het rechte pad zit, en de anderen zijn allemaal dwaling. Islam is tegen dit soort sektevorming, en verbiedt het. Allah zegt (interpretatie van de betekenis);

“… en behoort niet tot de moeshrikoen (degenen die niet geloven in de Eenheid van Allah en meerdere goden aanbidden), behorend tot degenen die hun godsdienst hebben opgesplitst en tot groepen zijn geworden. Iedere groep verheugt zich in wat zij hebben” [al-Room 30:31-32]

De Soefies aanbidden anderen naast Allah, zoals Profeten en “awliya’” (geestelijken of heiligen), zowel levende als dode. Zij zeggen bijvoorbeeld “Yaa Jilani” of ”Yaa Rifaa’i” (als ze zich tot hun awliya’ wenden), of “O Boodschapper van Allah, red die en die persoon” of “O Boodschapper van Allah, wij vertrouwen op jou” etc.

Maar Allah verbiedt ons om iemand anders dan Hem om hulp te vragen, als deze hulp buiten iemands mogelijkheden ligt (Opmerking; hiermee word bedoeld het zich beroepen op mensen die niet aanwezig zijn of doden die geen hulp kunnen bieden, of situaties waar alleen Allah de macht heeft om als Helper te fungeren). Wanneer een persoon dit toch doet, zal Allah hem beschouwen als Moeshrik (veelgodenaanbidder), want Hij zegt (interpretatie van de betekenis);

“En roep buiten Allah niet aan wat jou niet kan baten en niet kan schaden. Als jij dat deed, voorwaar, dan zou jij tot de zalimoen (onrechtplegers of polytheisten) behoren” [Yoenoes 10:106]

De Soefies geloven dat er abdaal, aqtaab en awliya’ (verschillende soorten “heiligen”) bestaan, die Allah macht heeft geschonken zodat zij bepaalde zaken in het universum kunnen besturen. Allah vertelt ons over de moeshrikien; (interpretatie van de betekenis)

“‘…en wie verordent het bestuur?’ Zij zullen zeggen: ‘Allah.’…” [Yoenoes 10:31]

De Moeshrik Arabieren wisten meer van Allah dan deze Soefies! Zij (Soefies) wenden zich ook naar anderen dan Allah wanneer zij getroffen worden met problemen, terwijl Allah zegt (interpretatie van de betekenis);

“Indien Allah jou met tegenspoed treft, dan kan niemand die weghalen, behalve Hij; en indien Hij jou met het goede treft: Hij is Almachtig over alle zaken” [al-An’aam 6:17]

Sommige Soefies geloven in wahdat al-woejoed (eenheid van bestaan). Zij geloven niet in een Schepper en Zijn schepping, maar zij zeggen dat alles tot de schepping behoort en dat tegelijkertijd alles ook de schepper (god) is.

De Soefies propageren een extreme vorm van asceticisme (d.w.z. het opgeven van het wereldse), en geloven niet in het consumeren van het noodzakelijke of in de jihad, maar Allah zegt;

“En zoek met wat Allah jou gegeven heeft het Huis van het Hiernamaals, en vergeet niet jouw deel in de wereld…” [al-Qasas 28:77]

“En brengt wat jullie kunnen aan macht bij elkaar, om hen mee te bevechten, waaronder strijdrossen om daarmee de vijanden van Allah en jullie vijanden angst aan te jagen, en ook anderen die jullie niet kennen (en) die Allah wel kent…” [Al-Anfaal 8:60]

De Soefies koppelen het idee van Ihsaan (het aanbidden van Allah alsof je Hem ziet) aan hun Sheikhs en zij vertellen hun volgelingen dat zij een beeld van hun Sheikh in hun hoofd moeten hebben bij het gedenken van Allah, zelfs in het gebed. De Profeet (Vrede en zegeningen van Allah zij met hem) heeft gezegd;
“Ihsaan is het aanbidden van Allah alsof je Hem ziet, en ook al zie je Hem niet, Hij ziet jou wel.” (Overgeleverd door Moslim)

De Soefies staan dansen, het gebruik van drums en andere muzikale instrumenten, en het hardop spreken wanneer men dhikr doet, allemaal toe. Dat terwijl Allah zegt (interpretatie van de betekenis);


“Voorwaar, de gelovigen zijn slechts degenen wiens harten sidderen wanneer de naam van Allah genoemd wordt…” [Al-Anfaal 8:2]


Bovendien zie je sommige dhikr doen door het uitspreken van de Naam van Allah, en niks anders waardoor je “Allah, Allah, Allah…” krijgt. Dit is een bid’ah, en is totaal zinloos binnen de Islam. Zij vallen zelfs in het extreme door te zeggen “Ah, ah” of “Hu, Hu”. De Soennah voor de Moslim om zijn Heer te gedenken is door woorden te gebruiken die een diepe betekenis hebben en waarvan in de authentieke ahadith bekend is dat er een beloning voor is, zoals; “Subhaan Allaah wa Alhamdulillah wa Laa ilaaha illa Allaah wa Allaahu akbar”, enzovoorts.


De Soefies reciteren liefdesgedichten waarbij ze de naam van vrouwen en jongens noemen in hun dhikr. Ze herhalen bij deze bijeenkomsten woorden zoals “liefde”, “passie”, “verlangen”, enzovoorts, en het lijkt alsof zij een bijeenkomst houden waar gedronken en gedanst wordt terwijl mensen schreeuwen en klappen. Dit heeft te maken met de gewoontes en de vormen van aanbidding die de moeshrikien erop nahielden. Allah zegt (interpretatie van de betekenis);

“En hun salah bij het Huis van Allah (de Ka’bah) was niets dan gefluit en handgeklap…” [Al-Anfaal 8:35]

Sommige Soefies piercen zichzelf met stukken ijzer, terwijl ze “O mijn grootvader!” uitroepen. De Shayaatien verzamelen zich vervolgens en helpen ze, omdat de Soefi de hulp van iemand naast Allah zoekt. Allah zegt (interpretatie van de betekenis);

“En wie nalatig is in het gedenken van de Ermbarmer, voor hem zulle Wij een Satan aanstellen en die zal een metgezel voor hem zijn.” [al-Zukhruf 43:36]

De Soefies claimen kennis te hebben wat betreft het onwaarneembare, maar de Qor’aan legt hun leugenachtige uitspraken bloot. Allah zegt (interpretatie van de betekenis);

“Zeg: ‘Niemand kent het onwaarneembare in de hemelen en op de aarde, behalve Allah…’” [al-Naml 27:65]

De Soefi’s claimen dat Allah de wereld slechts voor Muhammad (Vrede en zegeningen zij met hem), maar de Qur’an onthult wederom hun leugen;

“En Ik (Allah) heb de Djinns en de mens slechts geschapen om Mij te dienen.” [al-Dhaariyaat 51:56]

Allah, moge Hij, de Verhevene, verheerlijkt worden, sprak zijn Profeet (Vrede zij met hem) aan met de woorden;

“En aanbid jouw Heer totdat het zekere (de dood) tot jou komt.” [al-Hijr 15:99]

De Soefies claimen Allah te kunnen zien in dit leven, maar de leugen wordt wederom aangetoond door de Heilige Qor’aan. Allah zegt (interpretatie van de betekenis);

En toen Moesa op de met Ons afgesproken tijd was gekomen en zijn Heer tot hem had gesproken, zei hij:
‘Mijn Heer, Toon U aan mij.’ Hij zei: ‘Jij zult mij nimmer kunnen zien’” [al-A’raaf 7:143]

De Soefies claimen dat zij hun kennis direct van Allah ontvangen, zonder aanwezigheid van de Profeet (Vrede en zegeningen van Allah zij met hem), terwijl ze wakker zijn (dus niet in een droom). Zijn ze soms beter dan de Sahaabah?? De Soefies zeggen; “Haddathani qalbi ‘an Rabbi (Mijn hart heeft me (dat) verteld van mijn Heer)

De Soefies vieren Mawlid (De geboortedag van de Profeet vrede zij met hem) en zij organiseren bijeenkomsten om zo zegeningen uit te spreken op de Profeet (Vrede en zegeningen van Allah zij met hem), maar zij gaan recht tegen zijn lessen in door hardop dhikr te doen, en anaashied (religieuze liederen) en qasidah’s (gedichten) voor te dragen die gevuld zijn met regelrechte Shirk. Vierde de Profeet (Vrede en zegeningen van Allah zij met hem) ooit zijn verjaardag? Vierden Aboe Bakr, ‘Oemar, ‘Oethman, ‘Ali, de vier imams van madhab, of een andere rechtgeleide Moslim ooit zijn verjaardag? Wie heeft er meer kennis en is correcter in aanbidding, de Profeet (Vrede zij met hem) en de Salaf, of de Soefies?

De Soefies reizen van verre plekken om graven te bezoeken, en zoeken de zegeningen van de doden die zich in de graven bevinden. Ze maken tawaaf (de rituele omcirkeling) om de graven en bieden ze offeringen aan, wat allemaal recht tegen de leer van de Profeet (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) ingaat. Hij zei;
“Reis niet om een bepaalde plek te bezoeken, behalve drie moskeeën: Al-Masjid al Haraam (Mekka), deze Moskee van mij (Medina), en de Masjid al-Aqsa (Jeruzalem)” De geleerden zijn het eens wat betreft de authenticiteit van deze hadieth.

De Soefies kennen een blinde loyaliteit aan hun Sheikhs, zelfs wanneer zij rechtstreeks ingaan tegen de woorden van Allah en Zijn Boodschapper. Maar Allah de Verhevene spreekt dit tegen, Hij zegt (interpretatie van de betekenis);

“O jullie die geloven, plaatst jullie zelf niet vóór Allah en Zijn Boodschapper, maar vreest Allah...” [al-Hujuraat 49:1]

De Soefies maken gebruik van onder andere de talisman, het willekeurig afgaan op letters en nummers om besluiten te maken, en ze gebruiken amuletten en kettingen, etc. Zij beperken zich ook niet tot het uitspreken van de zegeningen die de Profeet (Vrede en zegeningen zij met hem) ons heeft geleerd. Zij hebben nieuwe zinnen verzonnen, waarbij ze de zegening van de Profeet (Vrede zij met hem) zoeken en die vol zitten met andere vormen van regelrechte shirk die onacceptabel zijn voor degene op wie de zegening wordt afgeroepen.

Wat betreft de vraag of de Soefi Sheikhs een soort contact hebben, dit is zeker waar, maar hun contact is met de Shayaatien, niet met Allah. Ze “inspireren” elkaar met sierlijke woorden, als een vorm van bedrog, op de manier waarvan Allah zegt (interpretatie van de betekenis);

“En zo hebben Wij voor iedere profeet een vijand gemaakt: Satans van onder de mensen en de Djinns, zij fluisteren elkaar fraaie woorden in, om (de mensen) te misleiden. En als jouw Heer het gewild had, dan zouden zij het niet hebben gedaan…” [al-An’aam 6:112]

En Allah zegt (interpretatie van de betekenis);
“… En voorwaar. De Satans fluisteren hun vrienden (onder de mensheid) in…” [al-An’aam 6:121]

“Zal ik jou vertellen tot wie de Satans neerdalen? Zij dalen neer tot elke zondige leugenaar.” [asj-Sjoe’ara 26:221 en 222]

Dit is het ware contact wat zij hebben, niet het contact wat zij claimen te hebben met Allah. Verheven is Hij boven wat ze hem toekennen! (Zie Moe’jam Al-Bid’ah’, 346 –359).

Wanneer sommige volgelingen claimen dat hun Sheikhs verdwijnen voor hun ogen, dan is dit het gevolg van hun contact met de Shayaatien (satans, slechte geesten), die in staat zijn om ze naar verre plekken te brengen en ze dezelfde nacht terug te brengen, om zo hun menselijke volgelingen te misleiden.

De belangrijke conclusie is hier dat we niet blind moeten afgaan op bijzondere gebeurtenissen die mensen zeggen te hebben gezien of meegemaakt. We moeten deze mensen beoordelen op hoe dicht ze staan en zich vasthouden aan de Qor’aan en de Soennah. De ware vrienden van Allah (awliya’) staan niet noodzakelijk bekend als mensen die bijzondere en onverklaarbare dingen hebben vertoond, integendeel, zij zijn degenen die Allah aanbidden op de manier die Hij ze heeft voorgeschreven, en het toepassen van nieuwigheden vermijden. De ware awliya’, oftewel vrienden van Allah zijn degenen die onze Heer heeft beschreven in de hadieth qoedsi, overgeleverd door al-Boechaarie in zijn Sahieh (Nummer 4/2384) van Abou Hoerayrah, die zei;

De Boodschapper van Allah (Vrede en zegeningen van Allah zij met hem) heeft gezegd; “Allah heeft gezegd:
‘Wie vijandigheid uit jegens een vriend (wali) van Mij, Ik zal hem de Oorlog verklaren. Mijn dienaar komt niet sneller dichterbij Mij dan met de religieuze plichten die Ik hem opgelegd heb, en Mijn dienaar komt nog sneller dichterbij met de naafil (vrijwillige vormen van aanbidding) handelingen, zodat Ik van hem zal houden. Wanneer Ik van hem houdt, ben Ik zijn gehoor waarmee hij hoort, zijn gezichtsvermogen waarmee hij ziet, zijn hand waarmee hij raakt, en zijn voet waarmee hij loopt. Zou hij Mij om iets vragen, dan zou Ik het hem zeker geven, en zou hij Mij om bescherming vragen, dan zou Ik hem dat zeker bieden.’”

Inleiding

De lof is aan Allaahu Ta`ala . Wij prijzen Allaahu Ta`ala en vragen Zijn hulp en vergiffenis. Wij zoeken onze toevlucht bij Allaahu Ta`ala voor al het kwade die van de shaytan (satan) en onze nafs (ego) komt. Als Allaahu Ta`ala iemand op de rechte weg leidt, is niemand in staat hem te misleiden. En als Allaahu Ta`ala iemand misleidt, is niemand in staat hem op het rechte pad te krijgen. Wij getuigen dat er geen godheid is dan Allaahu Ta`ala en wij getuigen ook dat Muhammad (salallaahoe `alayhie was sallem), Zijn dienaar en Zijn Gezant is. As-salaat (gebeden) en as-salaam (groetenis) zijn voor de laatste der Rasoel (Boodschapper) en de Nabie (profeet) van Allaahu Ta`ala, Muhammad Mustafa (salallaahoe `alayhie was sallem). As Salaam aan hem die de mensheid uit de duisternis van ongeloof en onrecht heeft gehaald en As Salaam aan een ieder die zijn boodschap volgt.

Laatste jaren neemt het sufisme in Nederland en ook in West Europa sterk toe. Zo nu en dan lees je uit de monde van sufisten uitspraken, die je haren doen overeind staan. Deze sufi's houden een Europese Islaam op na. Ze hebben zeer reformistische denkbeelden over de kernpunten van de Islaam. Hieronder zal aan de hand van een tweetal geschriften van Shaykhu'l Islaam Ahmad ibn Taymiyyah (rahiemehoellaah) (661 (1263)/728 (1328), te weten "Al-furqaan baina 'awliya'r rahman wa 'awliya'sh shaitan" (onderscheid tussen de walies van Allaahu Ta`ala en van de duivel) en "Fatawaa" (adviezen) deel 2, een licht geworpen worden op de onjuistheden van sommige van deze sufi beweringen. Aller eerst wordt uitgelegd wat onder "walie" (geliefde van Allaahu Ta`ala) wordt bedoeld, vervolgens wordt het mystieke zesde zintuig, de dauq, behandeld, en tenslotte wordt "fanaa" onder de loep genomen.

Al walie

Naast die van de Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem), is het de plaats die de walies, de heiligen, de geliefden van Allaahu Ta`ala, in de hedendaagse Islamitische maatschappij innemen, die in de ogen van Shaykhu'l Islaam Takiyyu'd dien bin Taymiyyah afbreuk doet aan de erkenning van Allaahu Ta`ala's eenheid, de TAWHIED. De, met letter en geest van Qor’aan en Soennah onverenigbare heiligenverering is volgens hem afgodendienst (Shirk). Daarnaast is het de mateloze zelfverheffing van sommige sufi meesters, die pretenderen een speciale verbinding met Allaahu Ta`ala te bezitten en zich verheven te voelen boven de godsdienstplichten van de door Allaahu Ta`ala geopenbaarde Boek (de Qor’aan) en de Soennah van Zijn Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem), die door hen wordt bestreden.

Aan Ibn Taymiyyah wordt de vraag gesteld: Wie zijn de walies van Allaahu Ta`ala? Antwoord: Zij die geloven en Allaahu Ta`ala vrezen (Qor’aan 10; 62-64: (Nederlandse uitleg):

"Weet: voorwaar, er zal geen vrees over de geliefden van Allaah komen en zij zullen niet treuren. Degenen die geloofden en voortdurend (Allaah) vreesden. Voor hen is er de verheugende tijding in het wereldse leven en in het Hiernamaals. De Woorden van Allah kennen geen verandering. Dat is de geweldige overwinning."

Verder Qor’aan 2; 257: (Nederlandse uitleg):

"Allaahu Ta`ala is de vriend van hen die geloven; Hij voert hen uit de duisternis tot het licht ...".

De betekenis van het woord walie geeft ibn Taymiyyah weer door qarieb, "degene die dichtbij is". De betekenis van Walie is dan: degene die zich door het vervullen van de in de Qor’aan en de Soennah voorgeschreven plichten en door het doen van goede werken (`amal-i saalih) nader brengt tot Allaahu Ta`ala, zoals het luidt in de hadieth-i qudsie (Nederlandse uitleg): Van Aboe Hurayra Radia Allaahoe Anhoe Rasoelullaah (salallaahoe `alayhie was sallem) zei: Allaahu Ta`ala zegt:

"Wie een geliefde van Mij tot vijand maakt, die verklaart Mij de oorlog. Mijn dienaar brengt zich slechts nader tot Mij (taqarraba) door het vervullen van wat ik hem als plicht (fardz) heb opgelegd, terwijl hij niet ophoudt zich nader tot Mij te brengen door het doen van vrijwillige gebeden (nawaafil, e.v.: nafilah) werken, totdat Ik hem bemin, zodoende wordt Ik zijn horende oor, ziende oog, grijpende hand en lopende voet. Als hij Mij iets vraagt, zal Ik het hem geven, en als hij zijn toevlucht zoekt tot Mijn, zal Ik hem beschermen. Ik aarzel niet om iets te doen terwijl Ik aarzel om de ziel van de mu'min (gelovige) te nemen, want hij haat de dood en Ik haat om hem te teleurstellen. " (Boechaarie K. ar Riqaaq/B. 38).

Naarmate het geloof (Iemaan) groter en zuiverder is, is ook het walieschap groter en zuiverder. Iedere gelovige is walie, maar men treft onder hen evenveel verscheidenheid aan als onder de gelovigen (mu'minoen), want het geloof is niet een vaststaand ding, dat men al of niet bezit, maar een steeds veranderend goed, dat toe- en afneemt, geheel verdwijnen kan en gemengd kan zijn met onzuiverheden.


Een walie kan elke mu'min zijn. Hier is de walie niet de uitverkorene, voorzien van hoedanigheden, die voor de leek onbereikbaar is en waarvan hij verstoken is. Het bestaan van een bepaald aantal walies is niet mogelijk. Hun aantal is onbepaald, immers het is even groot als het aantal mu'mins. Volgens hem zijn de overleveringen waar gesproken wordt over het aantal walies verzonnen. Hetzelfde geldt ook voor de getallen, genoemd in de verschillende hiërarchieën van walies, die we in werken over de mystiek vinden. Deze hiërarchieën vermelden de rangorden van de walies van de laagste tot de hoogste rangorde.


Niet alleen tegen deze getallen, ook tegen de rangorden richt zich de aanval van ibn- Taymiyyah. Vooral op degene, die aan het hoofd staat van deze hiërarchie, de qutb of khawt, en de macht die de mystici hem toedenken. Ze beweren dat het in stand houden van de mensheid en van de engelen door de bemiddeling van de qutb geschiedt. Hij acht deze bewering van dezelfde aard, als de vergoddelijking van Iesa (Alaihi As Salaam) door de Christenen en die van 'Alie (Radia Allaahoe Anhoe) door de Ultra-Shi'ieten. Het geloven hierin vindt hij ongeloof (kufr). De enige van de namen, die steun vindt in de overlevering is die van de abdaal (vervangers). In de musnad van Ahmad Ibn Hanbal (rahiemehoellaah) een overlevering waarin wordt verteld, dat er in Shaam (huidige Syrië), ten tijde van 'Ali (Radia Allaahoe Anhoe) 40 abdaal waren (Ahmad ibn Hanbal deel I, 112 en deel V, 322). In de verschillende hiërarchieën vindt men dan ook meestal voor het aantal abdaal het getal veertig genoemd.

Ibn Taymiyyah heeft tegen deze overlevering twee bezwaren. Het ene betreft de keten van overleveraars (isnaad), die niet doorloopt, het andere geldt de inhoud van de overlevering (matn). Hij vindt het onwaarschijnlijk, dat deze veertig abdaal zich bevonden in Syrië, d. w. z. in het leger of aan de kant van Mu'awijah (Radia Allaahoe Anhoe), die streed tegen 'Alie (Radia Allaahoe Anhoe). Heeft de Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem) in de overlevering de Charidjieten, die in het leger van Mu`awija (Radia Allaahoe Anhoe) bevonden, niet voor ongelovigen verklaard?. (Ahmad ibn Hambal IV;355). En zouden dan onder hen deze walies geweest zijn, wier voortreffelijkheid zo groot was dat hun een aparte naam werd gegeven? Zouden zij niet eerder onder het voor de goede zaak strijdende leger van 'Alie (Radia Allaahoe Anhoe) gezocht moeten worden?. Niet alleen deze speciale soorten van walies aanduidende namen, maar ook de algemene woorden die alle walies omvatten, zoals sufi en faqier, vinden in de ogen van ibn Taymiyyah geen genade.

De geliefden van Allaahu Ta`ala vormen, volgens zijn opvatting, geen aparte klasse van mu'mins. lntegendeel, iedere mu'min is walie. Dus ze hoeven ook geen aparte namen. Het uiterlijk voorkomen en de kleding van de mens heeft niets te maken met zijn innerlijk geloof, zolang men geen door de Shari`ah verboden zaken op dit gebied gebruikt. Het feit dat mystici zich onderscheiden van de rest van de muslims in kleding en houding is onjuist.
In onze tijd is de walie geworden persoon met een lange rozenkrans, grote tulband en wijde mouwen, die zijn bovenkleed laat slepen (volgens de Soennah moet de kleding de hielen vrij laten), zijn hand aan zowel mannen als vrouwen uitstrekt om die te laten kussen. Iemand die zich op een bijzondere manier kleedt, iemand die het geld en goed van de moslims onrechtmatig eigen maakt en iemand wiens verlangen uitgaat naar het afwijken van de Soennah van Rasoel'lullaah (salallaahoe `alayhie was sallem), de bepalingen van de Shari`ah etc. kan nooit een Walie zijn.

Walie's komen onder alle rangen en standen van de ummah (gemeenschap) van Mohammed (salallaahoe `alayhie was sallem) voor, zowel onder Qor’aan kenners en geleerden als onder strijders in de djihaad (heiligen oorlog), soldaten kooplieden, handwerklieden en boeren.

Walie is iedere mu'min en godvruchtige. Wanneer is iemand dan een mu'min? Wanneer hij gelooft in Allaahu Ta`ala, doet wat Hij hem beveelt en nalaat wat Hij verbiedt. Hoe zouden de mensen echter kunnen weten wat Allaahu Ta`ala beveelt en verbiedt als Hij niet mensen gezonden had met een boodschap (risalah), de openbaring (wahie), die Zijn wil uitdrukt? Die mensen zijn Zijn gezanten (rusul e.v. rasoel) en profeten (anbiyaa e.v. nabie). Allaahu Ta`ala gebruikt middelaars (wasaa`it) om Zijn wil over te brengen. Van Allaahu Ta`ala tot de mens is er, ten aanzien van het overbrengen van Allaahu Ta`alas bevel en verbod, bemiddeling.

Het geloof in Allaahu Ta`ala wil dus zeggen het geloof in Zijn middelaars, de gezanten en in de openbaringen. Deze gezanten waren belast met de overbrenging van deze openbaringen. Dit geloof heeft zijn hoogste punt in het geloof in de laatste van de gezanten, gezonden tot de hele wereld, tot mensen en djinns: Mohammed (salallaahoe `alayhie was sallem). Hij is Allaahu Ta`alas laatste middelaar. Wie in hem gelooft, in zijn openbaring en in zijn Soennah, is walie van Allaahu Ta`ala. Door de openbaring is Muhammed (salallaahoe `alayhie was sallem) aan Allaahu Ta`ala verbonden; wie in Allaahu Ta`ala gelooft, gelooft ook in Muhammed (salallaahoe `alayhie was sallem) en omgekeerd. Wie Rasoel'lullaah (salallaahoe `alayhie was sallem) beledigt, beledigt Allaahu Ta`ala. Rasoel'lullaah (salallaahoe `alayhie was sallem) is de laatste middelaar, de laatste van die uitverkorenen, die zonder bemiddeling Allaahu Ta`alas Wil hebben ontvangen. Wie na hem komt ontvangt Allaahu Ta`alas Wil slechts door tussenkomst van hem. Als `Iesaa (Jezus) (Alaihi As Salaam) weer op aarde komt dan moet hij hem ook volgen.