De werkelijkheid achter het Soefisme.

De werkelijkheid achter tasawwuf
Door Sheikh Al-'Allaamah Saalih Al-Fawzaan
De woorden Tasawwuf en Soofiyah waren niet bekend ten tijde van de eerste Islaamitische generatie. Daarentegen werden ze daarna pas ingebracht of ze werden in de Islaam gebracht vanuit andere gemeenschappen.

Shaikh-ul-Islaam Ibn Taimiyyah, moge Allaah hem barmhartig zijn, zei in Majmoo’-ul-Fataawaa: “Wat betreft de term Soofiyyah (soefisme), dan was dit onbekend gedurende de eerste drie generaties van Islaam. Daarentegen werden uitspraken hierover bekend na de eerste drie generaties. Verschillende Imaams en geleerden spraken er achteraf over, zoals Imaam Ahmad bin Hanbal, Abu Sulaymaan Ad-Daaraanee en anderen. Er werd ook overleverd dat Sufyaan Ath-Thawree erover sprak. Sommigen zeggen dit ook op het gezag van Al-Hasan Al-Basree. Zij verschillen in hun opvattingen betreft datgene waar een Soefie zich aan toeschrijft, aangezien het woord ‘Soefie’ een zelfstandig naamwoord is wat duidt op een toeschrijving, zoals Al-Qurshee, Al-Madanee enzovoort.

Er werd gezegd dat het een toeschrijving is aan Ahlus-Suffah, maar dit is incorrect, want als dit waar zou zijn dan zouden ze zichzelf Suffie noemen. Er wordt ook gezegd dat het een toeschrijving is aan de saff (rij), die het dichtst bij Allaah is, maar dit is ook incorrect, want als dit het geval was dan zouden ze zichzelf Saffie noemen. Er wordt ook gezegd dat het een toeschrijving is aan de safwah (beste) van Allaah’s schepping. Dit is ook incorrect, want als dit het geval was dan zouden ze zichzelf Safwie noemen. Men beschouwt het ook als een toeschrijving aan Soofah bin Bishr bin Udd bin Taabikhah, een Arabische stam die zich vroeger naast Mekka bevond en waar de asceten zich aan toeschreven. Ondanks dat de toeschrijving Soefie grammaticaal overeenkomt met de naam van deze persoon (Soofah), is het toch een zwakke visie, aangezien deze mensen niet bekend waren onder de meeste asceten en als de asceten zich zouden toeschrijven aan hen, dan zou het waarschijnlijker zijn dat ze zich aan hen toeschreven in de tijd van de Sahaabah, de Taabi’een en de Atbaa’ at-Taabi’een.

Bovendien kennen de meeste woordvoerders van de Soefies deze stam niet en zijn ze ook niet blij dat ze worden gekoppeld aan een stam uit de Tijd van Onwetendheid (Jaahiliyyah), die niet bestond ten tijde van Islaam. Men beweer ook, en dit is de meest bekende visie, dat Soefie een toeschrijving is aan soef (wol). Dit is omdat de eerste keer dat de Soefies verschenen in Basrah (‘Iraq) was.

De eerste mensen die de rol van het soefisme op zich namen waren enkele van de metgezellen van ‘Abdul-Waahid bin Zayd. ‘Abdul-Waahid was één van de metgezellen van Al-Hasan Al-Basree die in Basrah leefde. (Hij) was in zulke hoge mate in abstinentie (zuhd), aanbidding (‘ibaadah), vrees voor Allaah (khawf) enzovoort, dat er onder alle andere inwoners van de landen niemand zoals hem te vinden was.

Abush-Shaikh Al-Asbahaanee overlevert met een ketting verbonden aan Muhamad bin Sireen dat het hem bereikt had dat er een groep mensen de voorkeur gaven aan het dragen van wol, dus hij zei: ‘Er zijn mensen die een voorkeur hebben aan het dragen van wol en ze claimen dat ze lijken op de Messiah, zoon van Maryam. Echter, de leiding van onze Profeet (sallAllaahu 'alayhi wa sallam) is ons geliefder, en hij (sallAllaahu 'alayhi wa sallam) droeg katoen en andere soorten kleding.’ Of hij zei iets wat hier op leek.

Daarna zei hij (Ibn Tamiyyah): “Deze mensen schrijven zich toe aan kleding, in dit geval kleding van wol (soof). Dus zo kan men over iemand van onder hen zeggen dat hij een Soefie is. Maar hun methodiek beperkt zich niet tot het dragen van wollen kledij, noch verplichten ze iemand hiertoe of moedigen hiertoe aan. Zij verbinden zich hier slechts aan omdat dit de uiterlijke staat betreft.”

Daarna zei hij: “Dus dit is de basis van Soofiyyah (Soefisme). Hierna vertakt het zich en verschilt het ten opzichte van elkaar.”

De woorden van Ibn Taymiyyah, moge Allaah genade met hem hebben, wijzen erop dat het Soefisme zijn herkomst kent in de landen van Islaam vanuit een aantal zeer vrome aanbidders uit Basrah als gevolg van hun enorme abstinentie (zuhd) en aanbidding (‘ibaadah). En vervolgens evolueerde en veranderde het Soefisme.

De conclusie van een aantal hedendaagse schrijvers -dat het Soefisme vanuit andere religies, zoals het Hinduisme en het Christelijke monnikkenleven, in de landen van de Moslims terechtgekomen is- wordt geaccepteerd op basis van datgene wat Shaikh Ibn Taymiyyah overleverde van Muhammad bin Sireen, dat hij gezegd heeft: “Er zijn een aantal mensen die de voorkeur geven aan het dragen van wol, hiermee bewerend dat zij de Messiah, zoon van Maryam, imiteren. Echter, de leiding van onze Profeet (sallAllaahu 'alayhi wa sallam) is ons meer geliefd!” Dit toont aan dat het Soefisme een verband heeft met de godsdienst van de Christenen!!

Dr. Saabir At-Tu’aimah zegt in zijn boek: “Soefisme – Geloof en Methodiek”: “Het lijkt erop dat het ontstaan is aan de hand van invloeden uit het Christelijke monnikkenleven waarbij de monniken zich kleedden in wolle kledij en zich terugtrokken in hun kloosters. Door de landen heen, die door de Islaam bevrijd waren aan de hand van Tawheed, bevonden velen van hen zich op deze zaak.

Shaikh Ihsaan Ilaahee Dhaheer, moge Allaah barmhartig met hem zijn, zegt in zijn boek “Soefisme: Haar Bron en Oorsprong”: “Wanneer we de leerstellingen van de vroegere en latere Soefies goed bestuderen en ook de uitspraken die van hen geciteerd en overleverd zijn in de oude en hedendaagse Soefie boeken, zien we een enorm verschil tussen dit en de leerstellingen van de Qur’aan en de Soennah. Eveneens zien we niet dat haar wortels of zaad zich bevindt in de geschiedenis van leider van de gehele schepping (Profeet Mohammed) (sallAllaahu 'alayhi wa sallam) noch in die van de rechtgeleide en edele metgezellen, van de besten van de schepping van Allaah.. Echter, in tegenstelling hiertoe zien we dat het afstamt en verworven is vanuit het Christelijke monnikkenleven, het Brahmanisme, Hindoeisme, het religieus toegewijde Jodendom en het ascetisme van het Boedhisme.”

Shaikh ‘Abdur-Rahmaan Al-Wakeel, moge Allaah barmhartig met hem zijn, zei in de inleiding van zijn boek “De Ondergang van het Soefisme”: “Voorzeker, het soefisme is het laagste en meest verachtelijke complot, die de Duivel invoerde zodat de dienaren van Allaah samen met hem kunnen spotten en belachelijk maken in zijn oorlog tegen Allaah en Zijn Boodschappers. Het is de sluier van de Magiërs (Majoos), waardoor men de indruk krijgt dat het goddelijk is. Echter is het de sluier van elke vijand van de ware godsdienst. Onderzoek het en je zult het terugvinden in het Brahmanisme, Boedhisme, Zoroastrianisme, en de Manichaeaanse godsdiensten. Je zult het Platonsime er in terugvinden. Je kunt zelfs het Jodendom, Christendom en de afgoderij van de Dagen van onwetendheid erin terugvinden.”

Aan de hand van de visies van deze hedendaagse schrijvers betreft de oorsprong van het soefisme, en zo ook de vele andere schrijvers die hier niet vernoemd worden maar wel dezelfde visie hebben, wordt het duidelijk dat het Soefisme een vreemd concept is dat in de Islaam is gebracht. Dit is terug te zien in de handelingen van degenen die zich hieraan toeschrijven - die handelingen die niet behoren tot de Islaam en ver van haar leiding verwijderd zijn. Hiermee bedoelen we de latere aanhangers van het Soefisme met hun vele en grote mystieke illusies en fantasieën.

Maar wat betreft de vroegere voorgangers, zoals Al-Fudayl bin ‘Iyyaad, Al-Junaid, Ibraheem bin Adham en anderen, zij bevonden zich in een gematigde staat.

http://www.alfawzan.ws/AlFawzan/Library … ectionID=1

Reacties:

0 reacties:

Een reactie plaatsen